De officier van justitie verzocht op 19 juli 2023 om voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die sinds 18 juli 2023 onder deze maatregel viel. Betrokkene verblijft momenteel in een Wvggz-accommodatie in Rotterdam. Tijdens de mondelinge behandeling op 21 juli 2023 waren betrokkene, zijn advocaat, een arts in opleiding tot psychiater en zijn partner (telefonisch) aanwezig.
Uit de medische verklaring en mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene ernstig psychiatrische symptomen vertoont, waaronder automutilatie, suïcidaliteit en impulsregulatieproblemen. Betrokkene heeft NAH opgelopen na een ongeval in 2022 en mogelijk ook een psychotische stoornis zoals schizofrenie. De rechtbank acht het ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige verwaarlozing, onmiddellijk dreigend.
De advocaat van betrokkene voerde aan dat geen sprake is van een psychische stoornis en dat betrokkene in een Wzd-accommodatie thuishoort. De rechtbank volgt dit niet en overweegt dat de huidige Wvggz-accommodatie geschikt is voor noodzakelijke diagnostiek en zorg. De machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling wordt geschorst zolang de crisismaatregel loopt.
De rechtbank bepaalt dat verplichte zorg noodzakelijk is, waaronder medicatie, bewegingsbeperking, insluiting en toezicht, en opname in een accommodatie. Andere vormen van zorg worden afgewezen wegens onvoldoende noodzaak. Betrokkene verzet zich tegen de zorg, maar heeft onvoldoende ziekte-inzicht en er zijn geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging wordt verleend voor drie weken tot en met 11 augustus 2023.