De rechtbank Rotterdam behandelde op 14 juli 2023 twee zaken betreffende een minderjarige die sinds 2019 onder toezicht staat en sinds 2021 uit huis is geplaatst. De ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn verlengd tot 12 april 2024 vanwege blijvende veiligheidszorgen.
De moeder verzocht om vervanging van de gecertificeerde instelling (GI) die de ondertoezichtstelling uitvoert, wegens een vertrouwensbreuk en een verstoorde samenwerking. De GI handhaafde haar standpunt en stelde dat vervanging vertraging zou opleveren bij het perspectiefonderzoek, dat op korte termijn kan starten via een onafhankelijke instantie.
De rechtbank oordeelde dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing verlengd moeten worden en dat het verzoek tot vervanging van de GI wordt aangehouden omdat niet duidelijk is of een andere GI bereid is de zaak over te nemen. De GI moet uiterlijk twee weken voor de volgende zitting rapporteren over de bereidheid en beschikbaarheid van andere GI's. Het perspectiefonderzoek moet zo spoedig mogelijk starten en omvat ook onderzoek naar de opvoedvaardigheden van de vader.