ECLI:NL:RBROT:2023:8018

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
11 augustus 2023
Publicatiedatum
5 september 2023
Zaaknummer
10605795 / VV EXPL 23-342
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 254 lid 1 RvArt. 139 RvArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming en betaling achterstallige gebruiksvergoeding bij huur woonruimte

Stichting Woonbron vordert in kort geding de ontruiming van een woning en betaling van achterstallige gebruiksvergoeding van gedaagde die zonder recht of titel de woning gebruikt sinds december 2022. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend.

De kantonrechter oordeelt dat Woonbron voldoende spoedeisend belang heeft en dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn. Het is aannemelijk dat in een bodemprocedure gedaagde veroordeeld zal worden tot ontruiming. Daarom wordt vooruitgelopen op dat oordeel en wordt gedaagde veroordeeld om binnen veertien dagen de woning te ontruimen.

Daarnaast wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige gebruiksvergoeding van €4.755,68 en de toekomstige vergoeding tot aan de ontruimingsdatum. De gevorderde kosten van ontruiming worden afgewezen omdat deze niet vooraf begroot kunnen worden.

De proceskosten worden vastgesteld op €1.145,85 en worden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard wegens de ernst van de situatie en de overlast die gedaagde veroorzaakt.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van achterstallige en toekomstige gebruiksvergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10605795 / VV EXPL 23-342
datum uitspraak: 11 augustus 2023 (bij vervroeging)
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron,
statutair gevestigd in Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.W. Kox te Amsterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende in [woonplaats],
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 18 juli 2023, met bijlagen;
  • de e-mail van 8 augustus 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 9 augustus 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren namens Woonbron [naam 1] en [naam 2] aanwezig, bijgestaan door mr. M. Dibbets namens de gemachtigde van Woonbron. [gedaagde] is niet verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
Bij het uitbrengen van de dagvaarding is aan alle wettelijke termijnen en formaliteiten voldaan. Omdat [gedaagde] desondanks niet is verschenen tijdens de mondelinge behandeling, verleent de kantonrechter verstek tegen haar.
2.2.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv Pro). Uit de stellingen van Woonbron volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is (artikel 139 Rv Pro).
2.3.
Het is voldoende aannemelijk dat [gedaagde] in een bodemprocedure wordt veroordeeld om de woning aan het adres [adres] te ontruimen. Woonbron heeft namelijk voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] de woning op dit moment zonder recht of titel gebruikt. Het is daarom gerechtvaardigd om in deze procedure vooruit te lopen op het oordeel in de bodemprocedure en [gedaagde] te veroordelen om de woning te ontruimen. De ontruimingstermijn wordt gesteld op veertien dagen na de datum van dit vonnis.
2.4.
Woonbron heeft verder gesteld dat [gedaagde] - die de woning al sinds december 2022 in gebruik heeft, nadat haar moeder bij wie zij inwoonde op 16 november 2022 is overleden - de gebruiksvergoeding van € 4.755,68 berekend tot en met de maand juli 2023 niet heeft betaald. Aangezien [gedaagde] hier niet op heeft gereageerd, wordt zij ook veroordeeld om de achterstallige gebruiksvergoeding en de toekomstige gebruiksvergoeding tot aan de datum van de ontruiming van de woning aan Woonbron te betalen.
2.5.
De gevorderde veroordeling in de kosten van de ontruiming voor het geval niet wordt voldaan aan de veroordeling tot ontruiming wordt afgewezen, omdat deze kosten niet vooraf begroot kunnen worden. Onduidelijk is of de kosten gemaakt moeten worden, waaruit de kosten precies bestaan en hoe hoog die kosten zullen zijn.
2.6.
Woonbron krijgt grotendeels gelijk. [gedaagde] moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Woonbron tot vandaag vast op € 129,85 aan dagvaardingskosten, € 487,00 aan griffierecht en € 529,00 aan salaris voor de gemachtigde. Dit is in totaal € 1.145,85. Voor kosten die Woonbron maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juni 2022, gepubliceerd onder ECLI:NL:HR:2022:853).
2.7.
Uit de beoordeling hiervoor volgt dat sprake is van een situatie die Woonbron niet langer hoeft te laten voortduren. [gedaagde] verblijft al geruime tijd zonder recht of titel in de woning, zij betaalt geen gebruiksvergoeding waardoor de mogelijk schade voor Woonbron oploopt en daarnaast blijkt uit het dossier dat [gedaagde] overlast aan haar omwonenden veroorzaakt. Dit alles maakt dat Woonbron er belang bij heeft dat [gedaagde] de woning ontruimt op het moment dat zij dat op basis van dit vonnis moet doen. Daarom wordt dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 4.755,68;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis de woning aan het adres [adres] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Woonbron te stellen;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om aan Woonbron te betalen € 601,28 per maand met ingang van de maand augustus 2023 tot aan de datum waarop de ontruiming plaatsvindt;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron tot vandaag worden vastgesteld op € 1.145,85;
3.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.6.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
38671