Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 17 juli 2023,
- de conclusie van antwoord tevens houdende pleitnotitie tevens houdende eis in reconventie, met producties 1 tot en met 20.
Rechtbank Rotterdam
Partijen, voormalige partners en gezamenlijk eigenaar van een woning, zijn in geschil over de verkoop van die woning en de financiële bijdragen daaraan verbonden. Na het beëindigen van hun relatie is de man uit de woning vertrokken en heeft de vrouw met hun minderjarige dochter in de woning verbleven. De man vordert in kort geding dat de vrouw medewerking verleent aan de verkoop van de woning, waaronder het toelaten van bezichtigingen en het tekenen van koopovereenkomsten, met een dwangsom bij weigering. Tevens vordert hij een vergoeding voor het woongenot.
De vrouw verzet zich tegen deze vorderingen en vordert in reconventie dat de man bijdraagt in de lasten van de woning vanaf juni 2022. De voorzieningenrechter oordeelt dat in kort geding een spoedeisend belang vereist is voor dergelijke vorderingen. De man slaagt er niet in dit spoedeisend belang aannemelijk te maken, onder meer omdat zijn stellingen over waardedaling van de woning niet onderbouwd zijn en de noodzaak tot onmiddellijke verkoop niet aannemelijk is. Ook de vordering van de vrouw in reconventie wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van beide partijen af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en op 30 augustus 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Vorderingen tot medewerking verkoop woning en nakoming woonlasten worden afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang.