Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 27 juli 2023 met producties 1 tot en met 6
- de mondelinge behandeling gehouden op 17 augustus 2023.
2.De beoordeling
697,00
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiser, als vereffenaar van de nalatenschap en ontbonden huwelijksgoederengemeenschap van de heer [persoon A], de ontruiming van de woning door gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vordering tot ontruiming niet onrechtmatig of ongegrond is en wijst deze toe. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op twee maanden na betekening van het vonnis, waarbij eiser toezegt het vonnis niet te executeren indien binnen die termijn een acceptabel voorstel wordt gedaan om de schuld in de nalatenschap te voldoen.
De gevorderde dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan belang, aangezien de deurwaarder reeds bevoegd is tot gedwongen ontruiming. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €1.140,14. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen twee maanden na betekening van het vonnis.