Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 25 oktober 2022, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de brief van 27 maart 2023, waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
- de spreekaantekeningen van [eiser01] , met bijlagen.
2.De feiten
3.Het geschil
- Ad 1. Hoofdeis: Vordering "achterstand" op het moment van de beslaglegging (september 2019) vernietigd, niet-legitiem, ongegrond en onterecht beoordeeld en/of verklaard of vergelijkbare maatregel;
- Ad 2. (Negatief) oordeel over het advies van de gedaagde en het door haar gekozen traject (zorgplicht) of vergelijkbare maatregel;
- Ad 3. Eind van beslaglegging en teruggeven van elk bedrag of eigendom in beslag genomen (indien bevoegd in deze aanleg);
- Ad 4. Geen executieverkoop of nieuwe beslaglegging zonder rechterlijke toestemming (indien bevoegd in deze aanleg);
- Ad 5. Gedaagde te veroordelen in eventuele procedurekosten (griffierecht, dagvaardingskosten etc);
- Ad 6. Gedaagde te veroordelen in schade, boetes/dwangsommen en andere vergoeding toe te kennen;
- Ad 8.b - Secundair, hetzelfde ongeacht de bepaling van "winnende" of "verliezende" partij;
- Ad 9. Procedurekosten (zoals griffierecht) verlaagd tot het minimaal mogelijk, nihil indien mogelijk, gezien de onvermogende situatie van de eiser, zie beslissing Raad voor Rechtsbijstand;