ECLI:NL:RBROT:2023:8465
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing ontruiming en huurachterstand, vernietiging buitengerechtelijke incassokosten
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van de woning en betaling van huurachterstand door gedaagde. Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek is verleend. De kantonrechter oordeelt dat de spoedeisendheid aanwezig is en dat de vorderingen tot ontruiming en betaling van huurpenningen tot en met de ontruimingsmaand gegrond zijn. De huurachterstand bedroeg bij dagvaarding zeven maanden, en het bewind over de goederen van gedaagde was opgeheven wegens niet-nakoming van afspraken.
De kantonrechter beoordeelt tevens het beding in de algemene voorwaarden over buitengerechtelijke incassokosten. Gelet op de Richtlijn 93/13 EG en de Nederlandse implementatie via artikel 6:233 BW Pro, wordt het beding als oneerlijk aangemerkt omdat het buitengerechtelijke kosten toelaat die hoger zijn dan het wettelijke maximum volgens het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Dit beding wordt vernietigd en de gevorderde incassokosten worden afgewezen.
De vorderingen jegens een tweede gedaagde worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de ontruiming direct kan worden uitgevoerd door een deurwaarder.
Uitkomst: De vorderingen tot ontruiming en betaling van huurachterstand worden toegewezen, het beding over buitengerechtelijke incassokosten wordt vernietigd.