In deze kort geding procedure vordert Vivada Properties VII Rotterdam B.V. de ontruiming van een woning gehuurd door [gedaagde01] wegens een huurachterstand en vermoedelijke onderverhuur. Vivada stelt dat de huurder de woning niet meer zelf bewoont en dat er sprake is van schade door lekkage waar onvoldoende aan wordt meegewerkt.
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat de huurder niet meewerkt aan het herstel van de lekkage, mede omdat er contact is geweest met loodgieters en geen concrete aanwijzingen zijn dat de huurder in gebreke is gebleven. De vordering tot ontruiming op grond van lekkage wordt daarom afgewezen.
Wel is vastgesteld dat de huurder niet meer op het adres staat ingeschreven en dat er aanwijzingen zijn dat de woning aan derden is onderverhuurd, waaronder brieven aan onbekenden en vondsten bij een politie-inval. De huurder heeft dit onvoldoende gemotiveerd betwist.
Gezien het spoedeisend belang van Vivada en het ontbreken van een zwaarwegend belang van de huurder wordt de ontruiming toegewezen. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van een resterende huurachterstand van € 690,50, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.