Huurster [eiseres01] huurde een woning van verhuurder [gedaagde01] en maakte afspraken over het verlaten van de woning en het verkrijgen van een gelijkwaardige woning uiterlijk 30 juli 2022. Verhuurder stelde geen passende woning ter beschikking, wat in strijd is met de overeenkomst.
Verhuurder voerde overmacht aan vanwege het vertrek van Oekraïense arbeidskrachten en beslaglegging door het Openbaar Ministerie, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen geldige reden is omdat verhuurder andere mogelijkheden had en geen serieuze pogingen tot nakoming heeft gedaan.
De rechtbank veroordeelde verhuurder om binnen vier weken een woning aan te bieden conform de overeenkomst. De eenmalige boete van € 5.000,- wordt afgewezen omdat huurder nakoming vordert, maar de boete van € 750,- per week wegens vertraging wordt toegewezen en gematigd tot € 200,- per week. Daarnaast worden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. De vordering tot een dwangsom wordt afgewezen.