Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
- [eiseres] ;
- mr. Claassen;
- de heer [persoon A] , sociaal beheerder van Stichting Woonbron;
- mr. M.W. Kox;
- mr. N.V.C. Haneveld.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres huurt sinds 1998 een woning van Stichting Woonbron. Na vondst van verdovende middelen in juli 2022 werd de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming bevolen door de kantonrechter in augustus 2023. Eiseres vordert in kort geding verbod op de ontruiming, primair geheel en subsidiair voor vier maanden.
De voorzieningenrechter overweegt dat een vonnis in executie uitvoerbaar is, tenzij sprake is van een kennelijke misslag of nieuwe feiten die niet konden worden meegewogen. Eiseres stelt meerdere misslagen en nieuwe feiten, waaronder een locatieverbod voor haar kind, de geboorte van een kleinkind en haar ernstige gezondheidsklachten.
De rechter oordeelt dat geen kennelijke misslag is vastgesteld, maar dat de nieuwe feiten zwaarwegend zijn en niet in de eerdere procedure konden worden meegewogen. Daarom wordt Stichting Woonbron verboden tot ontruiming over te gaan zolang de appelprocedure niet is gestart, met de voorwaarde dat eiseres binnen vier weken de appeldagvaarding uitbrengt.
Stichting Woonbron wordt veroordeeld in de proceskosten van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Stichting Woonbron wordt verboden de woning te ontruimen totdat de appelprocedure is gestart, onder voorwaarde van tijdige appeldagvaarding.