De zaak betreft een geschil tussen Coever Vastgoed Beleggingen C.V. en een huurder over huurprijsbetaling en een vermeend gebrek aan het gehuurde, namelijk lekkage in de serre/loggia van een appartement. De huurder erkent een huurachterstand maar beroept zich op opschorting en vordert een huurprijsvermindering van 40% wegens lekkage die het huurgenot aantast.
Coever betwist dat er sprake is van een gebrek, verwijzend naar de vergunning die bepaalt dat de serre niet waterdicht hoeft te zijn. De kantonrechter oordeelt echter dat de feitelijke situatie anders is en dat lekkage in de serre een gebrek vormt dat het huurgenot substantieel aantast. De gevorderde 40% huurprijsvermindering wordt te hoog geacht; een vermindering van 5% wordt passend geacht.
De huurprijsvermindering gaat in vanaf 1 december 2015, het moment waarop Coever eigenaar werd. De kantonrechter wijst de vordering van Coever tot betaling van de huurachterstand af, omdat de huurprijsvermindering hoger is dan de gevorderde achterstand. Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming worden eveneens afgewezen. Coever wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.