Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.Het verloop van de procedure
- de moeder;
- de officier van justitie;
- dhr. [naam01] , leerplichtambtenaar;
mw. [naam03] .
Rechtbank Rotterdam
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2006, vanwege ernstige zorgen over haar sociale emotionele ontwikkeling, gedrag en schoolverzuim. Ondanks vrijwillige hulpverlening is de situatie niet verbeterd en zijn zowel de minderjarige als de moeder niet open voor verdere hulp.
Tijdens de zitting, die gelijktijdig met een strafzaak over leerplicht werd gehouden, bevestigden de betrokken partijen de noodzaak van gedwongen hulpverlening. De gecertificeerde instelling benadrukte het belang van een persoonlijkheidsonderzoek om passende hulp te kunnen bieden.
De moeder erkende de hulpbehoefte van haar kind. De kinderrechter concludeerde dat aan de wettelijke criteria van artikel 1:255 BW Pro is voldaan, gezien de bedreigde ontwikkeling van de minderjarige, de beperkte draagkracht van de moeder en het feit dat vrijwillige hulp onvoldoende effect heeft gehad.
De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht van de gecertificeerde instelling tot haar meerderjarigheid op 19 juli 2024 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Het hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld.
Uitkomst: De minderjarige wordt onder toezicht gesteld tot haar meerderjarigheid vanwege ernstige bedreiging van haar ontwikkeling en onvoldoende draagkracht van de moeder.