ECLI:NL:RBROT:2023:9082
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing Bbz-uitkering wegens ontbreken procesbelang
Eiseres, werkzaam als medium met een spirituele advieslijn, diende aanvragen in voor een uitkering op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) 2004, welke werden afgewezen door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Tegelijkertijd kreeg zij een bijstandsuitkering toegekend op grond van de Participatiewet (Pw) over dezelfde periode.
De rechtbank oordeelt dat het beroep van eiseres zich uitsluitend richt op de afwijzing van de Bbz-uitkering, terwijl zij feitelijk reeds een bijstandsuitkering ontvangt die gelijk is aan de gevraagde Bbz-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het resultaat dat eiseres met het beroep nastreeft niet kan worden bereikt en dat het ontbreken van een feitelijk belang leidt tot het ontbreken van procesbelang.
De rechtbank verwijst naar relevante jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep waarin wordt gesteld dat louter formeel of principieel belang onvoldoende is voor ontvankelijkheid. De omstandigheid dat de rechten en verplichtingen onder de Pw en Bbz verschillen, leidt niet tot procesbelang omdat er geen aanwijzingen zijn dat eiseres nadelige verplichtingen onder de Pw heeft.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het niet inhoudelijk wordt beoordeeld en eiseres het griffierecht niet wordt teruggegeven. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Bbz-uitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.