ECLI:NL:CRVB:2015:2600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij indicatiestelling AWBZ
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor verlenging van haar AWBZ-indicatie voor begeleiding groep en individueel. Het CIZ heeft haar bij besluiten in 2011 en 2013 indicaties toegekend voor verschillende klassen en periodes. Appellante stelde dat zij recht had op een hogere indicatie met een eerdere ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. In hoger beroep richt appellante zich tegen deze uitspraak. De Raad beoordeelt eerst ambtshalve of er sprake is van voldoende procesbelang.
De Raad stelt vast dat het geschil betrekking heeft op een reeds verstreken indicatieperiode en dat appellante geen verzoek om schadevergoeding heeft ingediend noch aannemelijk heeft gemaakt dat het oordeel van belang is voor toekomstige indicaties. Hierdoor ontbreekt het procesbelang en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.