ECLI:NL:RBROT:2023:9089

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2023
Publicatiedatum
2 oktober 2023
Zaaknummer
23/106 R
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 284 FaillissementswetArt. 349a FaillissementswetVerordening (EU) 2015/848
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling met vrijstelling inspanningsverplichting wegens opleiding

Verzoekster heeft een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelt dat verzoekster in staat is om niet langer aan haar betalingsverplichtingen te voldoen en dat zij te goeder trouw is geweest, ondanks dat zij enkele schulden heeft laten ontstaan door overbesteding. Dit werd toegelicht door het falen van de toenmalige beschermingsbewindvoerder. Inmiddels is een nieuwe beschermingsbewindvoerder aangesteld en ontstaan er geen nieuwe schulden meer.

De rechtbank stelt vast dat verzoekster momenteel een MBO niveau 4 opleiding volgt, die zij naar verwachting binnen anderhalf jaar zal afronden. Hierdoor kan zij niet voldoen aan de gebruikelijke inspanningsverplichting van fulltime werken of solliciteren. Daarom wordt een volledige vrijstelling van deze verplichting toegekend tot 21 februari 2025, mits zij de opleiding fulltime blijft volgen.

De duur van de schuldsaneringsregeling wordt vastgesteld op 30 maanden, tot 21 februari 2026. Hierbij wordt rekening gehouden met de vrijstellingstermijn en het feit dat verzoekster voorafgaand aan het verzoek al € 6.000,00 heeft gespaard, wat ten goede komt aan de schuldeisers. Verzoekster stemde in met deze regeling. De rechtbank benoemt tevens een rechter-commissaris en kent een voorschot toe op de vergoeding van de bewindvoerder. Het vonnis is uitgesproken op 21 augustus 2023 door rechter F. Damsteegt.

Uitkomst: Verzoekster wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling voor 30 maanden met vrijstelling van de inspanningsverplichting tot 21 februari 2025 vanwege haar opleiding.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 21 augustus 2023
[verzoekster],
[adres],
[woonplaats],
verzoekster.

1.De procedure

Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ter terechtzitting van 21 augustus 2023 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoekster;
  • de heer M. Noordzij, werkzaam bij Noordzij bewindvoerders (hierna: schuldhulpverlening);
  • mevrouw S. van Rijn, werkzaam bij Van Rijn Bewind B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder);
  • mevrouw N. Bijl, werkzaam bij het Leger des heils (hierna: begeleidster).
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Verzoekster dient daarnaast ten aanzien van haar schulden in de afgelopen drie jaar voorafgaand aan het verzoekschrift ‘te goeder trouw’ zijn geweest. De rechtbank kan bij deze voorwaarde rekening houden met allerlei omstandigheden. De rechtbank kijkt bijvoorbeeld naar het soort schuld en naar de hoogte van de schuld. Daarnaast wordt gekeken naar het gedrag van verzoekster. Zo wordt gekeken of de schulden verwijtbaar door het eigen handelen van verzoekster zijn ontstaan en wat verzoekster heeft gedaan om haar schulden af te lossen. De rechtbank stelt vast dat verzoekster, zoals zij zelf ook heeft verklaard, in de afgelopen drie jaar enkele schulden heeft laten ontstaan door overbesteding. De achtergrond daarvan heeft zij echter goed toegelicht, namelijk het feit dat de toenmalige beschermingsbewindvoerder “niet thuis gaf”. Inmiddels is er een nieuwe beschermingsbewindvoerder. Dat gaat goed. Er ontstaan geen nieuwe schulden en verzoekster is zeer gemotiveerd om aan haar schulden te werken.
Verder wordt het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoekster de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Deze laatste verplichting houdt in dat verzoekster in beginsel fulltime moet werken in de schuldsaneringsregeling.
Verzoekster is bezig met een opleiding (MBO niveau 4), die zij naar verwachting in anderhalf jaartijd zal afronden. In die tijd kan ze de inspanningsverplichting niet nakomen. Verzoekster heeft om haar opleiding af te kunnen ronden een volledige vrijstelling van de inspanningsverplichting nodig. Het volgen van een opleiding gaat in beginsel niet samen met de schuldsaneringsregeling, vanwege de inspanningsverplichting. Verzoekster heeft er, zoals ter zitting namens haar is toegelicht, evenwel belang bij om nu te worden toegelaten. Toelating tot de schuldsaneringsregeling levert verzoekster rust en stabiliteit op en daar is grote behoefte aan. Gelet op het voorgaande zal verzoekster worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling voor de duur van tweeënhalf jaar (zie artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet). Bij het vaststellen van de duur is enerzijds van belang de periode van vrijstelling in verband met het volgen van de opleiding en anderzijds dat verzoekster, voorafgaand aan de indiening van het verzoek, al € 6.000,00 heeft gespaard. Dit bedrag zal dus ook ten goede komen aan de schuldeisers.
De rechtbank neemt bij het voorgaande tot uitgangspunt dat verzoekster binnen anderhalf jaar klaar is met haar opleiding. Voor zover verzoekster niet binnen anderhalf jaar klaar is met haar opleiding, zal zij om een nieuwe vrijstelling moeten verzoeken, waarna de schuldsaneringsregeling hoogstwaarschijnlijk nader zal worden verlengd. Verzoekster heeft ter terechtzitting met deze verlengde duur van de regeling ingestemd.
Gelet op voorgaande zal verzoekster worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats];
- bepaalt dat schuldenares tot en met 21 februari 2025 is vrijgesteld van de verplichting om fulltime te werken of naar een fulltime baan te solliciteren onder de voorwaarde dat zij een fulltime opleiding volgt;
- stelt de termijn van de regeling vast op 30 maanden, te rekenen vanaf 21 augustus 2023, waardoor deze termijn eindigt op 21 februari 2026;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. F. Damsteegt
en tot bewindvoerder W. Boekelman,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/31e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Damsteegt, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2023. [1]