De rechtbank Rotterdam heeft op 17 januari 2023 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen in de tuin van zijn woning in Rotterdam. De officier van justitie had een gevangenisstraf van zes maanden geëist, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van 9 dagen op met aftrek van voorarrest.
De verdediging betoogde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat politieagenten handelingen verrichtten die verder gingen dan 'zoekend rondkijken'. De rechtbank oordeelde echter dat het openvouwen van een handdoek nog onder 'zoekend rondkijken' viel en dat er geen sprake was van een doorzoeking of vormverzuim. Hierdoor kon het proces-verbaal van het aantreffen van het wapen als bewijs worden gebruikt.
Uit het bewijs bleek dat verdachte zich bewust was van het vuurwapen dat tussen rommel in de tuin lag en dat hij het verplaatste. Hij had nagelaten dit te melden bij de politie, wat hem verweten werd. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen en zijn maatschappelijke positie, vond de rechtbank een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest passend.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 9 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.