Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:909

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 januari 2023
Publicatiedatum
9 februari 2023
Zaaknummer
10.253588.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 Wet wapens en munitieArt. 55 Wet wapens en munitieArt. 359a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een vuurwapen in Rotterdam

De rechtbank Rotterdam heeft op 17 januari 2023 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte wegens het voorhanden hebben van een vuurwapen in de tuin van zijn woning in Rotterdam. De officier van justitie had een gevangenisstraf van zes maanden geëist, maar de rechtbank legde een gevangenisstraf van 9 dagen op met aftrek van voorarrest.

De verdediging betoogde dat het bewijs onrechtmatig was verkregen omdat politieagenten handelingen verrichtten die verder gingen dan 'zoekend rondkijken'. De rechtbank oordeelde echter dat het openvouwen van een handdoek nog onder 'zoekend rondkijken' viel en dat er geen sprake was van een doorzoeking of vormverzuim. Hierdoor kon het proces-verbaal van het aantreffen van het wapen als bewijs worden gebruikt.

Uit het bewijs bleek dat verdachte zich bewust was van het vuurwapen dat tussen rommel in de tuin lag en dat hij het verplaatste. Hij had nagelaten dit te melden bij de politie, wat hem verweten werd. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder het ontbreken van eerdere veroordelingen en zijn maatschappelijke positie, vond de rechtbank een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest passend.

De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde bewezen en veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 9 dagen, met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorarrest voor het voorhanden hebben van een vuurwapen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10.253588.22
Datum uitspraak: 17 januari 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] (Roemenië) op [geboortedatum01] 1985,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres
[adres01] [postcode01] [plaats01] ,
raadsman mr. H.E. Borgman, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2023.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.D.B. Reuter heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van voorarrest.

4..Waardering van het bewijs

Onrechtmatig verkregen bewijs?
De raadsman heeft vrijspraak bepleit, omdat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen. Hiertoe is aangevoerd dat het proces-verbaal van bevindingen van het aantreffen van het wapen moet worden uitgesloten van het bewijs, omdat aan deze vondst onrechtmatig politieoptreden vooraf is gegaan. In de tuin zijn namelijk handelingen verricht die verder gaan dan ‘zoekend rondkijken’ en daartoe waren de politieagenten niet gemachtigd.
De rechtbank overweegt dat de politieagenten naar aanleiding van een MMA-melding naar de woning van verdachte zijn gegaan en dat zij met toestemming van verdachte en zijn medebewoner in de tuin hebben rondgekeken. De politieagenten hebben bij het rondkijken een handdoek opengevouwen. Anders dan bepleit is het openvouwen van een handdoek een handeling die nog kan worden begrepen onder ‘zoekend rondkijken’. Van doorzoeking is geen sprake geweest zodat ook van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering geen sprake is. Het proces-verbaal van aantreffen van het wapen kan dus worden gebruikt voor het bewijs.
Bewijswaardering
In de tuin van de woning waar de verdachte woont is een wapen aangetroffen. De verdachte wist dat het wapen daar lag. Hij heeft het wapen op enig moment aangetroffen tussen de rommel die door de vorige bewoners in de tuin was achtergelaten en heeft het wapen verplaatst. De verdachte is zich aldus bewust geweest van de aanwezigheid van het wapen en hij heeft daarover kunnen beschikken, zodat hij het wapen voorhanden heeft gehad.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met 4 oktober 2022 te Rotterdam,
een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie Pro II, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3 van die wet, namelijk een vuurwapen dat zodanig is vervaardigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is, te weten een (ingekort) hagelgeweer, van het merk Baikal, type 18M, kaliber 12 Gauge voorhanden heeft gehad.

5..Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft in de tuin van zijn woning op enig moment een wapen aangetroffen tussen de rommel die daar door de vorige bewoners was achtergelaten. Met hen was afgesproken dat zij die spullen, waaronder ook het wapen, zouden komen halen. De verdachte heeft het wapen weggelegd in afwachting van de komst van de vorige bewoners en zich er verder niet om bekommerd. Het had echter op zijn weg gelegen om bij het aantreffen van dat wapen, daarvan melding te doen bij de politie. Het is aan de verdachte te verwijten dat hij dit niet heeft gedaan en het wapen heeft laten liggen in de tuin, met de risico’s die daaraan kleven.
De verdachte is niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit. De verdachte werkt als zzp’er in de bouw, heeft een woning en heeft zijn leven verder ook op orde.
Voor het voorhanden hebben van een wapen, zoals aangetroffen, worden doorgaans gevangenisstraffen van aanzienlijke duur opgelegd. De rechtbank vindt het in deze zaak, gelet op de hierboven geschetste feiten en omstandigheden, niet passend en geboden dat de verdachte terug moet naar de gevangenis. De rechtbank zal daarom, alles afwegend, een gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

8..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10..Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.C. Franken, voorzitter,
mrs. M. Timmerman en S.A. van Egmond, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 17 januari 2023.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2022 tot en met 4 oktober 2022 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen, een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie Pro II, onder 3 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder Pro 3 van die wet, namelijk een vuurwapen dat zodanig is vervaardigd dat het dragen niet of minder zichtbaar is, te weten een (ingekort) hagelgeweer, van het merk Baikal, type 18M, kaliber 12 Gauge voorhanden heeft gehad.