De rechtbank Rotterdam behandelde op 17 januari 2023 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het voorhanden hebben van een vuurwapen in de periode van 1 september tot en met 4 oktober 2022. Het vuurwapen, een ingekort hagelgeweer van het merk Baikal, type 18M, kaliber 12 Gauge, werd aangetroffen in de tuin van de woning waar verdachte woonde.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van zes maanden, stellende dat verdachte wetenschap had van het wapen, mede op basis van de verklaring van een medeverdachte en het uitgangspunt dat huisgenoten bijzondere vondsten delen. De verdachte ontkende echter kennis te hebben gehad van het wapen en stelde dat de medeverdachte hem hierover niet had geïnformeerd.
De rechtbank oordeelde dat het wapen niet eenvoudig zichtbaar lag en dat op grond van de bewijsmiddelen niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van het wapen in de tuin. Hierdoor werd het ten laste gelegde feit niet bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.