Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2023:911

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 januari 2023
Publicatiedatum
9 februari 2023
Zaaknummer
10.256858.22
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 2 OpiumwetArt. 10 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak voor uitvoer MDMA, veroordeling voor bezit van ruim 2 kilo MDMA

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak van een verdachte die werd verdacht van het opzettelijk buiten Nederland brengen van ongeveer 2.010 gram MDMA. De verdachte werd aangehouden op de snelweg A-16 nabij Dordrecht terwijl hij met de drugs in de auto reed. Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 24 maanden vorderde, sprak de rechtbank de verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit van uitvoer, omdat onvoldoende bewijs bestond dat de drugs daadwerkelijk het Nederlandse grondgebied zouden verlaten.

Wel werd de verdachte veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde feit, namelijk het opzettelijk vervoeren en aanwezig hebben van ruim 2 kilo MDMA. Dit werd wettig en overtuigend bewezen verklaard. De rechtbank achtte het feit ernstig vanwege de schadelijke effecten van MDMA op de volksgezondheid, de milieuschade door productie en de maatschappelijke ontwrichting door de handel.

De verdachte was niet eerder veroordeeld en was op het moment van het strafbare feit jong. Daarom legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 8 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd de verdachte vrijgesteld van de tenuitvoerlegging van de voorwerpen (telefoons en simkaarten) die in beslag waren genomen. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Uitkomst: Vrijspraak voor uitvoer MDMA, veroordeling tot 8 maanden gevangenisstraf waarvan 2 maanden voorwaardelijk voor bezit en vervoer van ruim 2 kilo MDMA.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10.256858.22
Datum uitspraak: 31 januari 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] (Spanje) op [geboortedatum01] 2002,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het Detentiecentrum Rotterdam,
raadsman mr. R. Moghni, advocaat te Rotterdam.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2023.

2..Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.D.B. Reuter heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

4..Waardering van het bewijs

4.1
Bewijswaardering
Over het primair ten laste gelegde
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde, het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen van 2.010 gram MDMA, wettig en overtuigend te bewijzen. De verdachte reed met de MDMA in de auto op de snelweg A-16 vanuit Rotterdam in de richting van Dordrecht. Dat is een populaire route voor drugskoeriers voor de uitvoer van verdovende middelen.
Op basis van de inhoud van de bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank worden vastgesteld dat de verdachte op de dag van de aanhouding vanuit Rotterdam met de MDMA in zijn auto is vertrokken in de richting van Dordrecht en dat hij op de A-16 ter hoogte van Dordrecht is aangehouden door de politie. Dat de A-16 een populaire internationale drugsroute is, acht de rechtbank onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de MDMA een buitenlandse bestemming had. Bovendien heeft de verdachte verklaard dat hij onderweg was naar Breda, hetgeen niet wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. Dit betekent dat het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, zodat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Over het subsidiair ten laste gelegde
De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring van het opzettelijk vervoeren van 2.010 gram MDMA. Op basis van de bewijsmiddelen kan worden vastgesteld dat de verdachte dit feit heeft begaan. Dit feit zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.2
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan op die wijze dat:
hij op 6 oktober 2022 te Dordrecht opzettelijk heeft vervoerd, 2.010 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5..Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6..Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7..Motivering straf

7.1
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoer van een aanzienlijke hoeveelheid MDMA, te weten ruim 2 kilo. Dit is een ernstig feit. Harddrugs zoals MDMA bevatten immers stoffen die schadelijk zijn voor de volksgezondheid en zijn sterk verslavend. Daarnaast brengt de productie van MDMA, door het illegaal dumpen van chemisch afval, ernstige milieuschade met zich, en gaat de handel in en het gebruik van dergelijke verdovende middelen vaak gepaard met verschillende vormen van zware criminaliteit waarvan anderen last ondervinden en die ontwrichtend zijn voor de samenleving. De rechtbank neemt het de verdachte kwalijk dat hij hieraan een bijdrage heeft geleverd.
7.3
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De verdachte is, blijkens uittreksels uit de Nederlandse en Spaanse justitiële documentatie, niet eerder veroordeeld voor een strafbaar feit.
7.4
Conclusies van de rechtbank
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.
Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en de omstandigheden waaronder hij tot het plegen van het strafbare feit is gekomen, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarde die hierna wordt genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er ook toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de hierna te noemen duur passend en geboden.

8..In beslag genomen voorwerpen

Onder de verdachte zijn twee telefoons en zes simkaarten in beslaggenomen. De rechtbank zal de teruggave van deze telefoons en simkaarten gelasten aan de verdachte, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9..Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10..Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11..Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde: de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
gelast de teruggave aan verdachte van de voorwerpen geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.C. Franken, voorzitter,
mrs. M. Timmerman en S.A. van Egmond, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 31 januari 2023.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te Dordrecht opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 2.010 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine/MDMA, zijnde amfetamine/MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte opzettelijk die amfetamine/MDMA in een auto vervoerd met de bestemming Frankrijk, in elk geval het buitenland;
subsidiair
hij op of omstreeks 6 oktober 2022 te Dordrecht opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 2.010 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine/MDMA, zijnde amfetamine/MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.