De huurder heeft een woning gehuurd van de verhuurder en bij aanvang een waarborgsom van €1.500 betaald. Bij het einde van de huurovereenkomst betaalde de verhuurder slechts €1.005 terug, met een inhouding van €495 wegens vermeende schade en schoonmaakkosten.
De huurder betwist de schade en stelt dat het gehuurde zelfs schoner en beter was opgeleverd dan bij aanvang. De verhuurder voert aan dat er sprake was van schimmel, lekkage en verstopping veroorzaakt door achtergelaten spullen, waarvoor kosten zijn gemaakt.
De kantonrechter oordeelt dat geen inspectierapport is opgemaakt bij aanvang en einde huur, waardoor de verhuurder onvoldoende bewijs heeft geleverd dat het gehuurde bij aanvang schoon en zonder gebreken was. De rechter veronderstelt daarom dat de staat bij aanvang gelijk was aan die bij oplevering.
De inhouding van €495 is onterecht en moet worden terugbetaald, inclusief wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens ontbrekende betalingstermijn. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.