Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [naam01] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van haar huurwoning opschort. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en het exploot dat ontruiming op 10 augustus 2023 aankondigt.
De rechtbank weegt het belang van verzoekster, die met haar kinderen in de woning wil blijven en het schuldhulpverleningstraject wil voortzetten, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Verzoekster ontvangt een Wajong-uitkering en heeft sinds februari 2023 de huur betaald. Met de inzet van budgetbeheer acht de rechtbank aannemelijk dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen voor zes maanden, onder de voorwaarde dat de huurbetalingen worden voldaan. Tevens verklaart de rechtbank verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, vanwege het nog lopende minnelijk traject. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder de voorwaarde dat de huur tijdig wordt betaald.