De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 8 september 2023 uitspraak gedaan in een pensioenrechtelijke zaak tussen een werknemer en HDI Global SE. Na benoeming van een deskundige die de pensioenaanspraken van de werknemer over de periode 1982 tot 2014 berekende, kwam het deskundigenrapport tot een bedrag dat vrijwel overeenkomt met de pensioenoverzichten (UPO's) van de werknemer.
De werknemer betwistte de gehanteerde salarissen en de wijze waarop bonussen en cao-regelingen in de berekening waren meegenomen. De kantonrechter overwoog dat de deskundige terecht is uitgegaan van de pensioengevende salarissen zoals opgenomen in de verzekeringsbewijzen en UPO's, waarbij bonussen vanaf 2010 wel zijn meegenomen. Ook werd geoordeeld dat de cao Verzekeringsbedrijf niet relevant was voor de berekening, omdat deze niet onderdeel was van het procesdossier en onvoldoende was onderbouwd door de werknemer.
Verder werd de kritiek op het niet meenemen van de FAR-regeling verworpen, aangezien deze regeling een premieovereenkomst betreft waarbij tot de pensioeningangsdatum geen recht op periodieke uitkeringen bestaat. De kantonrechter concludeerde dat het deskundigenrapport voldoende duidelijk en onderbouwd is en dat de pensioenaanspraken van de werknemer adequaat zijn gefinancierd.
De vordering van de werknemer werd daarom afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van HDI Global werden vastgesteld op €1.188,- plus wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.