ECLI:NL:RBROT:2023:9435
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek ondertoezichtstelling minderjarige afgewezen wegens onvoldoende ernstige ontwikkelingsbedreiging
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Rotterdam om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar vanwege zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. De Raad stelde dat er sprake was van problemen op meerdere gebieden, zorgen over de beschikbaarheid en weerbaarheid van de moeder, en onduidelijkheid over de rol van de vader. De gecertificeerde instelling (GI) erkende de zorgen, maar betwijfelde of een ondertoezichtstelling noodzakelijk was gezien de positieve ontwikkelingen bij de moeder.
De moeder en haar advocaat voerden aan dat zij zelf hulpverlening heeft gezocht en accepteert, het contact met de vader heeft verbroken en dat de situatie thuis veilig is. Zij betwistten de ernst van de zorgen en stelden dat hulpverlening in het vrijwillig kader voldoende is.
De kinderrechter oordeelde dat hoewel er in het verleden sprake was van partnergeweld en onveilige situaties, de moeder inmiddels aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt. Zij heeft het contact met de vader verbroken, houdt zich aan veiligheidsafspraken, werkt mee aan hulpverlening en zet zich in voor een stabiele toekomst voor zichzelf en de minderjarige. Gelet hierop is niet gebleken van een ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige en zijn de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling niet aanwezig.
Daarom wees de kinderrechter het verzoek af. De beslissing is mondeling gegeven op 4 oktober 2023 en schriftelijk vastgesteld op 10 oktober 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via de griffie van het gerechtshof te Den Haag.
Uitkomst: Het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige is afgewezen wegens het ontbreken van een ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.