ECLI:NL:RBROT:2023:945
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tussentijdse beoordeling ISD-maatregel na beëindiging
Op 21 december 2020 werd aan de veroordeelde een ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaar, welke op 26 december 2022 is geëindigd.
Op 3 december 2022 diende de veroordeelde een verzoek in tot tussentijdse beoordeling van de noodzaak van voortzetting van de ISD-maatregel. Ondanks dat de maatregel toen al was geëindigd, verzocht de raadsman de rechtbank het verzoek te behandelen.
De officier van justitie stelde dat de veroordeelde niet-ontvankelijk was omdat het belang ontbrak. De raadsman betoogde dat een ex tunc beoordeling mogelijk is en dat de maatregel onrechtmatig was toegepast, onder meer vanwege het ontbreken van een geldig terugkeerbesluit en het gebruik van de maatregel voor een ander doel dan bedoeld.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 6:6:14 Sv Pro de toetsing moet plaatsvinden naar de actuele stand van zaken. Omdat de ISD-maatregel reeds was geëindigd, ontbrak het belang en werd de veroordeelde niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak werd op 11 januari 2023 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam uitgesproken.
Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot tussentijdse beoordeling van de ISD-maatregel omdat deze maatregel reeds is geëindigd.