Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting en betwistte de hoogte van de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase. Verweerder had per abuis een bedrag van €265,- gehanteerd in plaats van €269,-, een verschil van €2,-. Dit bedrag is inmiddels aan eiser betaald.
Eiser stelde beroep in om de juiste proceskostenvergoeding te verkrijgen en vergoeding van griffierecht en proceskosten in de beroepsfase. Verweerder betoogde dat het niet redelijk is om voor dit geringe verschil beroep in te stellen en verzocht af te zien van vergoeding in de beroepsfase.
De rechtbank oordeelde dat het beroep geen procesbelang meer heeft omdat eiser volledig is tegemoetgekomen. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en wettelijke rente. De rechtbank vond het niet redelijk dat eiser beroepsmatige rechtsbijstand inschakelde voor een verschil van €2,- en kende daarom geen proceskostenvergoeding toe voor de beroepsfase.