Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287b Faillissementswet om de ontruiming van haar huurwoning te voorkomen. De ontruiming was bevolen bij vonnis van 12 mei 2023 en stond gepland voor 4 juli 2023. Verzoekster verkeert in betalingsproblemen door wisselende inkomsten en mantelzorgtaken, maar heeft inmiddels een stabieler inkomen en budgetbeheer ingesteld.
Verweerders, eigenaren van de woning sinds januari 2022, betwijfelen de nakoming van de betalingsverplichtingen en verzoeken afwijzing of aanvullende voorwaarden. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoekster om in de woning te blijven zwaarder weegt dan het belang van verweerders, mede gezien het herstel van de financiële situatie en het budgetbeheer.
De voorlopige voorziening wordt toegekend voor zes maanden, met de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen en de huur over juli 2023 uiterlijk 1 augustus 2023 worden voldaan. Tevens wordt verzoekster niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, omdat het minnelijk traject nog loopt. De huurovereenkomst wordt verlengd voor de duur van de voorziening.