Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- vrijspraak van het in zaak 1 onder 1 ten laste gelegde;
- bewezenverklaring van het in zaak 1 onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 primair en in zaak 2 onder 1 en 2 ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en een middelenverbod; en
- oplegging van een 38v-maatregel voor de duur van 3 jaren, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer01] , met twee weken hechtenis per overtreding voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan met een maximale duur van 6 maanden, en een locatieverbod voor De Kuip, met één week hechtenis per overtreding met een maximale duur van 6 maanden.
4.Waardering van het bewijs
hunverzoek, heeft doen toekomen, heeft verspreid en
teropenbaarmaking van die uitlating of verspreiding in voorraad heeft gehad, door (kort gezegd):
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf en maatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;
maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid voor de
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partijen zoals genoemd in paragraaf 8.1 (in de kolommen ‘immateriële schade’ en ‘materiële schade’) te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente hierover zoals genoemd in paragraaf 8.2; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsommen niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
86 (zesentachtig) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;