ECLI:NL:RBROT:2023:9907
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige vermoedens gevaar voor openbare orde
Eiser, met de Syrische nationaliteit en in het bezit van een geldige verblijfsvergunning, diende een verzoek tot naturalisatie in. Dit verzoek werd afgewezen door de staatssecretaris omdat er ernstige vermoedens bestonden dat eiser een gevaar voor de openbare orde vormt, gebaseerd op een openstaande strafzaak wegens rijden onder invloed.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht het beleid uit de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap toepaste, waarin een openstaande strafzaak een serieuze verdenking inhoudt. De omstandigheid dat inmiddels een vonnis is gewezen, maakt dit niet anders omdat het vonnis nog niet onherroepelijk is en eiser in beroep is gegaan.
Eiser stelde dat het beleid onrechtmatig is en dat de staatssecretaris op de stoel van de strafrechter ging zitten, maar de rechtbank verwierp deze stellingen. Het besluit is geen strafrechtelijke sanctie maar een voorwaarde voor naturalisatie. De rechtbank concludeert dat er geen aanleiding was om van het beleid af te wijken en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.