ECLI:NL:RVS:2023:2059
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlanderschap wegens ernstig vermoeden gevaar openbare orde
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 februari 2021 het verzoek van een vreemdeling met de Syrische nationaliteit om naturalisatie af, omdat een strafbeschikking wegens overtreding van de Wet wapens en munitie was uitgevaardigd en er een strafzaak openstond. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde dit besluit op 23 mei 2022 wegens het niet horen van de verzoeker in de bezwaarfase en onduidelijkheid over de uitkomst van de strafzaak.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en voerde aan dat het openstaande strafproces een ernstig vermoeden van gevaar voor de openbare orde rechtvaardigde en dat hij op grond van de Awb van het horen mocht afzien. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de strafbeschikking met een geldboete van € 550,00 onder de beleidsgrens van € 810,00 ligt en dat het instellen van verzet tegen deze strafbeschikking niet automatisch een ernstig vermoeden van gevaar oplevert.
Verder concludeerde de Afdeling dat het toegepaste beleid niet in evenredige verhouding staat tot de doelen en daarmee in strijd is met de Awb. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de vernietiging van het besluit tot weigering van naturalisatie bevestigd.