ECLI:NL:RBROT:2023:9948
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens ontbreken rechterlijke toewijzing
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die geweigerd zou hebben zijn beroepschrift tegen een besluit van VGZ Zorgkantoor B.V. op grond van de Wet open overheid in behandeling te nemen. De rechtbank stelde vast dat het verzoek niet betrekking had op de rechter die de zaak van verzoeker behandelt, aangezien de naam van de rechter niet werd genoemd en uit het dossier niet bleek dat de zaak aan een rechter was toegewezen.
De correspondentie over het beroepschrift was uitsluitend gevoerd met de griffier. Inmiddels was het beroepschrift geregistreerd en voorzien van een zaaknummer, waarmee het in behandeling was genomen door de rechtbank. Hierdoor was de feitelijke grondslag van het wrakingsverzoek komen te vervallen.
De rechtbank verklaarde verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek en zag geen aanleiding voor een mondelinge behandeling, aangezien het debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde was. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek omdat het verzoek niet ziet op de rechter die de zaak behandelt en de zaak nog niet aan een rechter is toegewezen.