Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- de beschikking van deze rechtbank van 22 december 2023, waarbij [naam 4] is benoemd tot bijzondere curator over de minderjarige;
- het verslag van bevindingen van de bijzondere curator van 25 januari 2024;
- het bericht met bijlagen van [naam 1] van 27 februari 2024 tevens inhoudende een aanvullend verzoek;
- het bericht van [naam 1] van 7 maart 2024;
- het aanvullend verweerschrift met bijlagen van [naam 2] , ingekomen op 21 maart 2024;
- het aanvullend verslag van bevindingen van de bijzondere curator van 14 mei 2024;
- het bericht van [naam 1] van 16 mei 2024.
- [naam 1] , bijgestaan door haar advocaat;
- [naam 2] , bijgestaan door haar advocaat;
- [naam 3] , bijgestaan door haar advocaat;
- de bijzondere curator;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [naam 5] .
2.De beoordeling
- Welke omgangsregeling komt het meest tegemoet aan het belang van de minderjarige?
- Hoe moet de regeling qua aard, duur en frequentie vorm gegeven worden?
- Zijn er feiten en/of omstandigheden die – bij toewijzing van het gezag aan de juridische ouder – gegronde vrees voor het klem en verloren raken of voor schending van de belangen van de minderjarige zouden opleveren?
- Welke andere feiten en/of omstandigheden die uit het onderzoek zijn gekomen, zijn niet in voorgaande vraag aan de orde gesteld en zijn wel van belang om in het advies te vermelden?
3.De beslissing
voorlopigals volgt zal zijn:
- te bezien of raadsonderzoek noodzakelijk is met inachtneming van hetgeen de rechtbank daarover in de overwegingen heeft opgenomen;
- de rechtbank daarover binnen twee weken te informeren; en
- als dat onderzoek noodzakelijk geacht wordt, dit onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel; en
- daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen,
1 augustus 2025 PRO FORMA;