Eiser, een minderjarige met de Surinaamse nationaliteit, vroeg om een Nederlands paspoort nadat hij door zijn vader, een Nederlander, was erkend. De vader erkende hem op 8 maart 2022. Voor het verkrijgen van het Nederlanderschap is vereist dat het biologisch vaderschap binnen één jaar na erkenning wordt aangetoond met een DNA-onderzoek dat voldoet aan wettelijke eisen.
Eiser overhandigde binnen die termijn een DNA-rapport dat niet aan de wettelijke vereisten voldeed. Later, na het verstrijken van de termijn, werd een kwalificerend DNA-rapport overgelegd dat het eerdere rapport bevestigde. Verweerder weigerde het paspoort omdat het bewijs niet tijdig en rechtsgeldig was aangeleverd.
De rechtbank oordeelde dat de wetgever bewust een termijn van één jaar heeft gesteld om rechtszekerheid te bieden en dat het na die termijn overleggen van aanvullend bewijs niet leidt tot het alsnog verkrijgen van het Nederlanderschap met terugwerkende kracht. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat het paspoort terecht niet is verstrekt.