Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Het onderzoek op de zitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder parketnummer 10-133189-24 en 10-013378-24 primair ten laste gelegde ;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 277 dagen met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging.
4.Waardering van het bewijs
5.Strafbaarheid feiten
1.mishandeling;
2.mishandeling;
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering van de straf en maatregel
8.Vordering benadeelde partij/schadevergoedingsmaatregel
- Eigen risico: € 400,00
- Herstelkosten bril: € 500,00
- Oorbellen: € 350,00
- Beschadigde jas, schoenen horloge: € 663,00
- Eigen risico zorgverzekering: € 375,00
- Reis- en parkeerkosten voor medische behandelaren: € 88,80
- Aanschaf staafmixer: € 25,00
- Huishoudelijke hulp: € 926,50
- Ziekenhuisdaggeldvergoeding: € 35,00
10-013389-24 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële en immateriële schade is toegebracht.
9.Wettelijke voorschriften
10.Beslissingen
gevangenisstraf van 320 (driehonderdtwintig) dagen;
ter beschikking wordt gesteld;
voorwaarden betreffende het gedragvan de ter beschikking gestelde:
- de ter beschikking gestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
- de ter beschikking gestelde werkt mee aan huisbezoeken;
- de ter beschikking gestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
- de ter beschikking gestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met de ter beschikking gestelde, als dat van belang is voor het toezicht;
dadelijke uitvoerbaarheidvan de terbeschikkingstelling met voorwaarden;
maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking;
[slachtoffer 1]niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;
[slachtoffer 1]in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;
[slachtoffer 2], te betalen een bedrag van
€ 5.313,30,- (vijfduizend driehonderddertien euro en 30 eurocent), bestaande uit € 2.113,30 aan materiële en € 3.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
[slachtoffer 2]te betalen
€ 5.313,30,- (vijfduizend driehonderddertien euro en dertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening en bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 5.313,30 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
63 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
[slachtoffer 2]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 542,00 aan salaris voor de advocaat en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;