ECLI:NL:RBROT:2024:10406
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen vaststelling omzetdaling NOW-2 voor Nederlandse rechtspersoon zonder SV-loon
Twaalf B.V.’s hebben beroep ingesteld tegen besluiten van 27 januari 2023 waarin de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-2 regeling heeft vastgesteld. De kern van het geschil betreft de vraag of de omzet van een Nederlandse rechtspersoon ([afkorting bedrijf A]) zonder SV-loon in Nederland buiten beschouwing moet blijven bij de berekening van de omzetdaling.
Eiseressen betoogden dat deze omzet niet meegeteld mag worden omdat de operationele activiteiten feitelijk in Cuba plaatsvinden en er geen SV-loon in Nederland wordt uitbetaald. Zij stelden dat dit in strijd is met de bedoeling van de wet, het evenredigheidsbeginsel, en diverse algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank oordeelde dat de omzet van [afkorting bedrijf A] terecht is meegenomen omdat het een Nederlandse rechtspersoon betreft en de uitzondering in de NOW-2 alleen ziet op buitenlandse rechtspersonen zonder SV-loon. De accountantsverklaring waarop verweerder zich baseerde mocht marginaal worden getoetst. De rechtbank vond dat de regeling terughoudend moet worden getoetst gezien het noodkarakter en het doel van de NOW-2.
De beroepen werden ongegrond verklaard. Wel werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten wegens een motiveringsgebrek dat echter geen nadeel opleverde voor eiseressen.
Uitkomst: De beroepen tegen de vaststelling van de omzetdaling NOW-2 worden ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.