ECLI:NL:RBROT:2024:10657
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Verklaring Omtrent het Gedrag wegens verdenking openlijke geweldpleging
Eiser heeft een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een taxibranche chauffeurskaart, welke door de staatssecretaris is geweigerd op grond van een redelijke verdenking van openlijke geweldpleging en diverse verkeersdelicten binnen de wettelijke terugkijktermijn van vijf jaar.
De voorzieningenrechter oordeelt dat aan het objectieve criterium is voldaan en dat de belangenafweging in het kader van het subjectieve criterium in het nadeel van eiser mocht uitvallen. De verdenking van openlijke geweldpleging, die nog niet is beslecht in een strafproces, mag meewegen bij de beslissing. Eiser betwist de verdenking en wijst op het ontbreken van recidive en eerdere VOG-verkrijging, maar dit leidt niet tot een ander oordeel.
De voorzieningenrechter concludeert dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het risico voor de samenleving onvoldoende is afgenomen om de VOG toe te kennen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het beroep ongegrond verklaard. Tevens wordt het griffierecht terugbetaald vanwege een procedurefout.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.