Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 oktober 2024 in de zaken tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde de beroepen van eiseres tegen vijf boetes opgelegd door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wegens overtredingen van de Wet dieren en Verordening 852/2004. De boetes betroffen het aantreffen van verontreinigingen met inhoud van het maagdarmkanaal op borstkappen in de uitsnijderij, vastgesteld bij inspecties tussen 2019 en 2021.
Eiseres erkende de overtredingen met betrekking tot maagdarminhoud, maar betwistte de boetes vanwege vermeend gering risico voor de volksgezondheid, verminderde verwijtbaarheid, en de hoogte van de boetes, mede vanwege het permanente toezicht en de recidiveregeling. Zij voerde onder meer microbiologisch onderzoek aan ter onderbouwing van het geringe risico.
De rechtbank oordeelde dat de overtredingen terecht waren vastgesteld en dat de aanwezigheid van zelfs kleine plekken maagdarminhoud een reëel risico voor de volksgezondheid vormt. De rechtbank verwierp de stelling dat de boetes gematigd moesten worden vanwege gering risico of verminderde verwijtbaarheid, omdat eiseres onvoldoende had aangetoond dat volledige naleving niet mogelijk is en dat de getroffen maatregelen onvoldoende waren om verontreiniging te voorkomen.
De recidiveregeling werd correct toegepast, ook al waren eerdere boetes deels gebaseerd op andere verontreinigingen, omdat het ging om dezelfde overtreding onder de Verordening. De rechtbank vond de boetes evenredig gezien de ernst, het risico en de recidive. De beroepen werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boetes wegens verontreiniging van borstkappen met maagdarminhoud en verklaart de beroepen ongegrond.