ECLI:NL:RBROT:2024:10705

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 oktober 2024
Publicatiedatum
28 oktober 2024
Zaaknummer
FT RK 24/873
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanning

Verzoeker heeft op 2 juli 2024 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting van 16 oktober 2024 is gebleken dat verzoeker slechts 10 dagen per maand werkt vanwege fysieke klachten, maar hij heeft geen actueel keuringsrapport overlegd waaruit arbeidsongeschiktheid blijkt. Een verwijzingsbrief van de huisarts uit 2021 toont niet aan dat verzoeker momenteel niet kan werken.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat hij aan de inspanningsverplichting zal voldoen of daarvan vrijstelling verdient. Ondanks een uitdrukkelijk verzoek heeft hij geen sollicitatie-inspanningen kunnen aantonen. Hierdoor is onvoldoende vertrouwen in zijn inzet om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.

De rechtbank wijst het verzoek daarom af, maar merkt op dat verzoeker een nieuw verzoek kan indienen zodra hij bewijs kan leveren van zijn arbeidsongeschiktheid of inspanningsverplichting. De afwijzing betekent niet dat er geen andere gronden voor afwijzing zouden kunnen zijn.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende vertrouwen in de inspanning van verzoeker.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 23 oktober 2024
[verzoeker],
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.

1.De procedure

Verzoeker heeft op 2 juli 2024 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Ter terechtzitting van 16 oktober 2024 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • mevrouw C. Borsten, werkzaam bij de gemeente Rotterdam.

2.De feiten

Verzoeker ontvangt inkomsten uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet Pro € 74.232,02.

3.De beoordeling

Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.
Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt dat verzoeker op dit moment 10 dagen in de maand werkt. Verzoeker heeft aangegeven dat hij niet fulltime kan werken, gelet op zijn fysieke klachten. Hij heeft echter geen keuringsrapport overgelegd waaruit (de mate van) zijn arbeidsongeschiktheid blijkt. Verzoeker heeft slechts een verwijzingsbrief uit 2021 van zijn huisarts overgelegd. Uit die brief blijkt echter niet dat verzoeker op dit moment niet in staat zou zijn om te werken. Er zijn geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat aan hem een vrijstelling van de inspanningsverplichting is of moet worden verleend. Ook heeft hij, ondanks het uitdrukkelijk verzoek daartoe in de bijlage bij de oproepingsbrief voor de mondelinge behandeling van het verzoek, geen sollicitaties overgelegd. Hij heeft dus niet aangetoond dat hij op een andere manier wel aan de inspanningsverplichting zal gaan voldoen. De rechtbank heeft er daarom onvoldoende vertrouwen in dat verzoeker zich gedurende de schuldsaneringsregeling voldoende zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Feiten of omstandigheden die toelating rechtvaardigen zijn niet voldoende aannemelijk geworden. De rechtbank merkt nog op dat zodra verzoeker gekeurd is of bewijs heeft waaruit blijkt dat hij aan de inspanningsverplichting voldoet of daarvan moet worden vrij gesteld, hij een nieuw verzoek kan doen om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Een volgend verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal dan mogelijk meer kans van slagen hebben.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.

4.De beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2024. [1]