De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak over ontkenning van het vaderschap en vaststelling van het ouderschap van een minderjarige met de Filipijnse nationaliteit. De vrouw en de man waren gehuwd en hebben een minderjarige samen. Na echtscheiding werd het verzoek tot ontkenning van het vaderschap door de vrouw ingediend, terwijl de bijzondere curator namens de minderjarige ook een verzoek tot ontkenning indiende.
De rechtbank paste Filipijns recht toe voor de ontkenning van het vaderschap en oordeelde dat alleen de echtgenoot het vaderschap kan ontkennen, niet de moeder. De minderjarige kan echter wel een verzoek tot vaststelling van wettigheid indienen. Het DNA-onderzoek toonde aan dat de man niet de biologische vader is, maar een derde persoon met Nederlandse nationaliteit. De rechtbank verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk en wees het verzoek van de bijzondere curator toe.
Voor de vaststelling van het ouderschap paste de rechtbank Nederlands recht toe, omdat de betrokkenen in Nederland verblijven. Het verzoek tot vaststelling van het ouderschap van de biologische vader werd onder de voorwaarde toegewezen dat de ontkenning van het vaderschap van de man in kracht van gewijsde gaat. Tevens werd bepaald dat de minderjarige de geslachtsnaam van de biologische vader zal dragen. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.