Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 26 april 2024;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek met bijlagen, ingekomen op 28 augustus 2024.
- de vrouw en haar advocaat voornoemd;
- de advocaat van de man voornoemd;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), in zijn adviserende rol, vertegenwoordigd door [persoon A] .
2.De vaststaande feiten
3.De beoordeling
verdrag 1996 en
bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is;
aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging;
beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een
buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde
onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor
erkenning in Nederland vatbaar is.