Verzoeker diende een klacht in tegen de inbeslagname van zijn telefoon door de zorgaanbieder binnen het kader van verplichte geestelijke gezondheidszorg. De klachtencommissie verklaarde de klacht ongegrond, waarna verzoeker de zaak aan de rechtbank voorlegde.
De rechtbank beoordeelde of de huisregels van de zorgaanbieder een rechtsgrond boden voor de inbeslagname. Uit de inhoud van de huisregels en de wettelijke bepalingen volgt dat huisregels niet kunnen worden gebruikt als grondslag voor persoonsgerichte beperkingen zoals inbeslagname van een telefoon. Dwangmaatregelen moeten via de wettelijke procedures worden opgelegd.
De rechtbank concludeerde dat de inbeslagname onrechtmatig was en vernietigde het besluit van de klachtencommissie over dit onderdeel. Tevens werd een schadevergoeding van €35 toegekend, gebaseerd op een vergoeding van €5 per dag voor de zeven dagen dat de telefoon in beslag was genomen.
De rechtbank erkende het belang van bescherming van personeel tegen ongewenste filmopnames, maar benadrukte dat hiervoor passende wettelijke maatregelen moeten worden genomen en niet via huisregels. De uitspraak vervangt het besluit van de klachtencommissie en is in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2024.