ECLI:NL:RBROT:2024:11189
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verklaring voor recht en herroeping ontbindingsbesluit vennootschap na turboliquidatie
Verzoekster, voormalig enig aandeelhouder en bestuurder van een besloten vennootschap, verzocht primair om een verklaring voor recht dat de vennootschap niet is ontbonden na een turboliquidatie, en subsidiair om herroeping van het ontbindingsbesluit. De vennootschap was ontbonden bij besluit buiten vergadering en ingeschreven in het handelsregister, ondanks het bestaan van een banksaldo als bate.
De rechtbank oordeelde dat de vennootschap wel is ontbonden conform artikel 2:19 lid 1 BW Pro, maar voortbestaat voor vereffening op grond van lid 5. De stelling dat de vennootschap daardoor niet ontbonden zou zijn, werd verworpen. Het subsidiaire verzoek tot herroeping van het ontbindingsbesluit werd afgewezen wegens onvoldoende naleving van de hoge eisen die de Hoge Raad stelt, zoals het ontbreken van een geldig herroepingsbesluit, onvoldoende informatie over vermogenstoestand en het ontbreken van een verklaring van een accountant.
De rechtbank gaf geen oordeel over een verklaring voor recht dat de vennootschap is blijven voortbestaan voor vereffening, omdat dit niet was verzocht. Verzoekster kan dit als nieuw verzoek indienen. De rechtbank wees het gehele verzoek af en bevestigde haar bevoegdheid en het belang van verzoekster bij het verzoek.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring voor recht dat de vennootschap niet is ontbonden en het subsidiaire verzoek tot herroeping van het ontbindingsbesluit worden afgewezen.