Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
23 oktober 2024 (bij vervroeging)
Rechtbank Rotterdam
De heer verzoeker bevond zich in een problematische schuldensituatie en verzocht toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank beoordeelde het verzoek op 16 oktober 2024 en concludeerde dat verzoeker te goeder trouw was, ondanks eerdere schulden bij het CJIB en de gemeente Rotterdam die aanvankelijk een bezwaar vormden.
De rechtbank paste de hardheidsclausule toe, omdat verzoeker geen auto meer bezit en de terugvorderingen van de gemeente betrekking hadden op een eenmalige betaling die niet opzettelijk was verzwegen. Verzoeker heeft bovendien voldaan aan de afdracht- en inspanningsverplichtingen, waaronder een ontheffing van sollicitatieplicht wegens arbeidsongeschiktheid.
De WSNP-termijn werd vastgesteld op achttien maanden, ingaande op 23 april 2023, de datum van de eerste aflossing in het buitengerechtelijke traject. Omdat de bewindvoerder nog geen controle kon uitoefenen over deze periode, verlengde de rechtbank de regeling met zes maanden tot 23 april 2025. Vanaf het vonnis zijn de afdracht- en sollicitatieverplichtingen komen te vervallen, maar overige verplichtingen blijven van kracht.
Tot slot werd een bewindvoerder benoemd die de boedel beheert en toezicht houdt op de naleving van verplichtingen, en een rechter-commissaris aangesteld. De regeling eindigt met een schone lei, waarbij schuldeisers geen verhaal meer kunnen halen op verzoeker.
Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met ingangsdatum 23 april 2023 en verlenging tot 23 april 2025.