ECLI:NL:RBROT:2024:11226
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot opheffing meerderjarigenbewind afgewezen wegens aanhoudende psychiatrische en verslavingsproblematiek
Betrokkene verzocht de rechtbank om het in 2013 ingestelde meerderjarigenbewind op te heffen, stellende dat zij destijds onterecht onder bewind is gesteld en dat zij inmiddels haar financiële zaken zelf kan beheren. De bewindvoerder betwistte dit en handhaafde de noodzaak van het bewind.
De rechtbank overwoog dat betrokkene destijds zelf had verklaard verslaafd te zijn en niet goed met geld om te kunnen gaan, wat leidde tot de onderbewindstelling. Uit het dossier en verklaringen blijkt dat betrokkene nog steeds kampt met psychiatrische en verslavingsproblemen. Tijdens de zitting gaf betrokkene geen duidelijke antwoorden en viel veel in herhaling. Ook gebruikte zij momenteel geen medicatie, hoewel er recent medicatie voor haar klaar lag.
De kantonrechter concludeerde dat de gronden voor het bewind nog steeds aanwezig zijn en dat betrokkene niet heeft aangetoond dat zij haar financiële zaken zelfstandig kan regelen. Het verzoek tot opheffing werd daarom afgewezen. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid een andere bewindvoerder voor te dragen. Tevens werd de bewindvoerder geadviseerd het leefgeld te verhogen gezien het spaarsaldo en het feit dat betrokkene schuldenvrij is.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het meerderjarigenbewind wordt afgewezen vanwege aanhoudende psychiatrische en verslavingsproblematiek.