ECLI:NL:RBROT:2024:11251
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsverzoek op grond van onzekerheid vorderingen en vereffening nalatenschap
Verzoeksters, twee stichtingen gevestigd te Woerden, hebben bij de rechtbank Rotterdam een verzoek tot faillietverklaring ingediend van een besloten vennootschap. Zij stelden dat de vennootschap was opgehouden te betalen omdat zij onbetaalde pensioenpremies vorderden. Tijdens de procedure bleek dat de directeur-grootaandeelhouder was overleden en een vereffenaar was aangesteld die namens de nalatenschap verweer voerde.
De vereffenaar betwistte de vorderingen en stelde dat de premies betrekking hadden op een periode na het vertrek van alle werknemers per 30 november 2023, die daarna bij een andere werkgever in dienst traden. De rechtbank achtte aannemelijk dat, mede door bemoeienis van de vereffenaar, na administratieve correcties geen of slechts een beperkte vordering zou overblijven.
Gezien de onzekerheid over de hardheid van de vorderingen en het belang van een ordentelijke vereffening van het vermogen zonder de kosten van een faillissement, wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring af. Verzoeksters werden veroordeeld in de proceskosten van de vereffenaar.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van de vennootschap wordt afgewezen vanwege onzekerheid over de vorderingen en het belang van ordentelijke vereffening.