ECLI:NL:RBROT:2024:11353

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
12 november 2024
Publicatiedatum
14 november 2024
Zaaknummer
10/960131-18
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis lid a Wetboek van StrafrechtArt. 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte in zaak gewoontewitwassen Encrochat-telefoons

De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van gewoontewitwassen van grote geldbedragen verkregen uit de handel in Encrochat-telefoons. De officier van justitie stelde dat verdachte samen met zijn broer en medeverdachte het geld had witgewassen door het te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen, om te zetten en te gebruiken.

De rechtbank oordeelde echter dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zelf betrokken was bij de belastingmisdrijven die ten grondslag liggen aan het gewoontewitwassen. Ook was er geen bewijs dat verdachte het geld dat medeverdachte had verworven tezamen met hem had gebruikt of overgedragen. De handel en de omzet betroffen uitsluitend de medeverdachte.

De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd beslist dat de in beslag genomen goederen, waaronder geld, telefoons, computers en tablets, aan verdachte worden teruggegeven. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 12 november 2024.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van gewoontewitwassen wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10/960131-18
Datum uitspraak: 12 november 2024
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1976,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres] , [postcode] [woonplaats] ,
raadsman mr. J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht.

1.Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 28 oktober 2024 en 29 oktober 2024.

2.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3.Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M.M. Egberts heeft gevorderd:
  • bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4.Waardering van het bewijs

4.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie verwijt de verdachte dat hij in de periode van 1 december 2015 tot en met 11 februari 2019 een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van 1.910.300 euro, althans 1.596.060 euro, althans een groot geldbedrag, door dat geld te verwerven, voorhanden te hebben, over te dragen, om te zetten en/of daarvan gebruik te maken.
Volgens de officier van justitie heeft de verdachte tezamen met zijn broer en medeverdachte [medeverdachte] het in de tenlastelegging genoemde geld verdiend met handel in zogenoemde Encrochat-telefoons. Encrochat is een communicatiedienst met als belangrijkste doel om de geheimhouding van de communicatie en de gebruikers te garanderen.
De Encrochat-telefoons worden wereldwijd aangeboden en geleverd door zogenoemde resellers. De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte zo’n reseller is geweest. Bewezen kan worden dat het geld waarmee de telefoons zijn gekocht misdaadgeld is en dat de verdachte dit heeft witgewassen door dat geld als betaling voor de telefoons te accepteren, dit te herinvesteren en voor privé-uitgaven te gebruiken.
Dat bewijs is volgens de officier van justitie
enerzijdsgebaseerd op het feit van algemene bekendheid dat de klanten van de verdachte criminelen zijn die hun geld met misdaad verdienen. Voor zover er telefoons zijn gekocht met geld dat niet uit misdaad afkomstig is, gaat dit om zulke kleine hoeveelheden dat dit door vermenging met misdaadgeld ook wordt witgewassen.
Anderzijdsof misschien in het verlengde daarvan kan witwassen volgens de officier van justitie worden bewezen omdat het niet anders kan zijn dan dat het geld uit misdrijf afkomstig is. Daarvan is volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sprake als de feiten en omstandigheden waaronder de telefoons werden verkocht een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is, terwijl de verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven dat het geld niet van misdrijf afkomstig is. Die feiten en omstandigheden zijn hier aanwezig. En de verdachte heeft ook geen concrete, verifieerbare en min of meer aannemelijke verklaring over een legale herkomst gegeven, waardoor de politie daar ook geen onderzoek naar heeft kunnen doen. De rechtbanken Den Haag en Rotterdam hebben eerder in min of meer vergelijkbare zaken op grond van overeenkomstige redeneringen witwassen bewezen verklaard, waarbij de officier van justitie in het bijzonder heeft gewezen op de Ennetcomzaak (rechtbank Rotterdam, 21 september 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:9085), die ging over Ennetcom, een vergelijkbare aanbieder als Encrochat.
4.2.
Beoordeling
In het zaaksdossier Witwassen wordt een berekening gemaakt van het geld dat is omgegaan in de handel in Encrochat-telefoons. Uit de verschillende processen-verbaal blijkt dat het alleen gaat om de handel van verdachtes broer en medeverdachte [medeverdachte] . Zo wordt “bandbreedte omzet & brutowinst” van diens handel (pagina 21 en 22 van het zaaksdossier Witwassen) berekend op een totale minimumomzet van 1.910.300 euro met een totale minimum inkoop van 1.596.060 euro. Deze bedragen worden in de tenlastelegging genoemd als het geld dat de verdachte tezamen en in vereniging met de medeverdachte zou hebben witgewassen. Het gaat dus uitdrukkelijk niet om geld dat de verdachte zelf met een eigen handel in Encrochat-telefoons zou hebben witgewassen.
Bij vonnis van heden in de zaak tegen de medeverdachte heeft de rechtbank geoordeeld dat, anders dan de officier van justitie heeft gesteld, niet wettig en overtuigend is bewezen dat de kopers van de telefoons hebben betaald met geld dat van misdaad afkomstig is. Wel heeft de rechtbank bewezen geacht dat de medeverdachte een groot deel van het in de tenlastelegging genoemde geld heeft witgewassen en daarvan een gewoonte gemaakt door structureel geen aangifte te doen van en belasting af te dragen over omzet en verdiensten met de Encrochat-telefoons. Er is geen bewijs dat de verdachte de belastingmisdrijven die als verwervingsdelict ten grondslag liggen aan het gewoontewitwassen heeft medegepleegd. Er is ook geen bewijs dat de verdachte het geld dat de medeverdachte zelf heeft verworven door geen belasting af te dragen tezamen en in vereniging met de medeverdachte voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet of daarvan gebruik heeft gemaakt.
De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.

5.In beslag genomen voorwerpen

5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen geldbedrag van 1.300 euro en de in beslag genomen computers en tablet verbeurd te verklaren. De officier van justitie heeft verder gevorderd de in beslaggenomen BQ Aquaris telefoons te onttrekken aan het verkeer.
5.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft geen verweer gevoerd.
5.3.
Beoordeling
Omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde, zal ten aanzien van de in beslag genomen goederen een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

6.Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7.Beslissing

De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
- gelast de teruggave aan verdachte van:
1. Geld Euro 1300
(Omschrijving: - 11-02-19 /18009_517490 1300 eur)
2. 1.00 STK GSM zaktelefoon
(Omschrijving: BQ AQUARIS X 517486, BQ AQUARIS)
3. 11.00 STK GSM zaktelefoon
(Omschrijving: BQ AQUARIS X5 Plus , BQ AQUARIS)
4. 3.00 STK GSM zaktelefoon
(Omschrijving: BQ AQUARIS X5 plus 517495, BQ AQUARIS)
5. 1.00 STK Laptop
(Omschrijving: - 517497)
6. 1.00 STK Computer
(Omschrijving: DESKTOP LENOVO 517499, DESKTOP LENOVO)
7. 1.00 STK GSM zaktelefoon
(Omschrijving: BQ AQUARIS plus 517500, BQ AQUARIS)
8. 1.00 STK Computer
(Omschrijving: SAMSUNG tablet: 517501, SAMSUNG)
9 1.00 STK GSM zaktelefoon
(Omschrijving: BQ AQUARIS X 517503, BQ AQUARIS).
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Boek, voorzitter,
en mrs. A.S. Flikweert en H.J. de Kraker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
Bijlage
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 december 2015
tot en met 11 augustus 2018 te Amsterdam, althans in Nederland
(telkens)
tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen,
op één of meer tijdstippen in totaal minimaal 1.910.300 euro, althans
1.596.060 euro, althans een groot geldbedrag heeft verworven en/of voorhanden
heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van dat/die
geldbedrag(en) gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs
moest(en) vermoeden dat dit voorwerp - ·onmiddellijk of middellijk - afkomstig
was uit enig misdrijf
terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) van bovengenoemd(e) feit(en)
een gewoonte heeft/hebben gemaakt;
art 420bis lid
1ahf/ond b Wetboek van Strafrecht
art 420ter lid 1 Wetboek van Strafrecht