Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 240 uren en een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.
4.Waardering van het bewijs
Op basis van deze verkeersongevallenanalyse, aangevuld met een nadere onderbouwing en duiding van de betrouwbaarheid daarvan, acht de rechtbank de vaststelling van de snelheid van de verdachte betrouwbaar en is bewezen dat de verdachte op het moment van de botsing nog een snelheid had van ongeveer 82 kilometer per uur.
Daar komt bij dat de verdachte naar eigen zeggen sinds een paar maanden zelf ook dagelijks op deze weg reed en hij, zoals ook een getuige heeft verklaard, bekend geweest moet zijn met filevorming op dit weggedeelte op de vrijdagmiddag.
Deze gedragingen van de verdachte zijn – in hun samenhang bezien – zodanig dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. Van slechts één enkel moment van onoplettendheid is geen sprake geweest.
5.Strafbaarheid feit
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straffen
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank kan op basis van de overgelegde medische gegevens echter niet vaststellen dat de confrontatie met die foto’s bij de benadeelde partij een zodanig hevige emotionele schok teweeg heeft gebracht dat daaruit voldoende objectiveerbaar geestelijk letsel opgetreden is. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Bijlagen
11.Beslissing
taakstraf voor de duur van 200 (tweehonderd) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;
100 (honderd) dagen;
de bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
1 (één) jaar;
15.000,- (zegge: vijftienduizend euro),bestaande uit immateriële schade (shockschade), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
de maatregel tot schadevergoedingop, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde 1] te betalen
€ 15.000,- (zegge: vijftienduizend euro),vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 juni 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 15.000,- niet mogelijk blijkt,
gijzelingkan worden toegepast voor de duur van
110 (honderdtien) dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;