Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde, met partiële vrijspraak van de mensensmokkel ten aanzien van de vreemdelingen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , en met partiële vrijspraak van het medeplegen van beide feiten.
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.
4.Waardering van het bewijs
[slachtoffer]worden ondersteund door andere bewijsmiddelen.
[slachtoffer]van ‘ [naam 4] ’/’ [naam 5] ’ is overeen met het telefoonnummer van de verdachte.
[slachtoffer]zijn werk- en verblijfplaats zou moeten verlaten van de verdachte als hij niet genoeg verdiende. De rechtbank ziet bevestiging van de conclusie dat [slachtoffer] geen werkelijke andere keuze had dan het misbruik te ondergaan in zijn verklaring bij de politie dat hij nooit werk heeft geweigerd omdat hij dan op straat terecht zou komen en in Nederland niemand kende, en omdat hij geld nodig had en om die reden moest blijven werken.
engehuisvest met het
dieandere feitelijkheid heeft bestaan uit:
8 oktober 2020
dedoorreis
on daartoe middelen heeft verschaft en
on daartoe gelegenheid, of inlichtingen heeft verschaft
on te regelen
heeft,
cursiefverbeterd. De verdachte is hierdoor niet geschaad in de verdediging.
5.Strafbaarheid feiten
6.Strafbaarheid verdachte
7.Motivering straf
binnen zijn soort– gering. Daarnaast is er ten aanzien van feit 1 en feit 2 sprake van één slachtoffer en van een relatief korte pleegperiode van ongeveer één maand. Er is bovendien sprake van enige vorm van samenloop tussen het eerste en tweede feit.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Bijlagen
10.Beslissing
gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;