Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2024:11511

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 september 2024
Publicatiedatum
19 november 2024
Zaaknummer
FT RK 24-682
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Faillissementswet art. 284Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering art. 2
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling met vervroegde ingangsdatum wegens verslavingsproblematiek

De heer verzoeker bevindt zich in een problematische schuldensituatie en heeft verzocht tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De rechtbank Rotterdam heeft dit verzoek toegewezen op 30 september 2024. Tevens is de ingangsdatum van de WSNP vervroegd vastgesteld op 30 januari 2024, acht maanden voor het vonnis.

De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van een deel van zijn schulden, met name de schuld aan de belastingdienst en het CJIB. Desondanks is op grond van de hardheidsclausule besloten tot toelating omdat verzoeker zijn verslaving aan cocaïne onder controle heeft gekregen, zijn onderneming heeft beëindigd, onder beschermingsbewind is gesteld en een fulltime baan heeft gevonden.

De rechtbank heeft benadrukt dat verzoeker zich tijdens het WSNP-traject moet houden aan diverse verplichtingen, waaronder het niet laten ontstaan van nieuwe schulden en het afdragen van inkomsten boven het vrij te laten bedrag. De bewindvoerder en rechter-commissaris zullen toezicht houden op de naleving hiervan.

De vervroegde ingangsdatum is toegekend omdat verzoeker reeds gedurende het voorafgaande schuldhulpverleningstraject voldoende heeft afgelost en een fulltime dienstbetrekking heeft. Hierdoor kan het WSNP-traject eerder starten en eindigen op 30 juli 2025.

Deze beslissing biedt verzoeker de mogelijkheid om met een schone lei aan zijn financiële toekomst te beginnen, mits hij zich aan de voorwaarden houdt.

Uitkomst: Verzoeker wordt toegelaten tot de WSNP met een vervroegde ingangsdatum van 30 januari 2024.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
insolventienummer: C/10/24/158 R
vonnis van: 30 september 2024 (bij vervroeging)
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [adres] ,
[postcode] [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
De heer [verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft de heer [verzoeker] een verzoek gedaan te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Dit verzoek wordt toegewezen. Daarnaast heeft de heer [verzoeker] verzocht om de ingangsdatum van de WSNP vast te stellen op 2 februari 2024. Dit verzoek wordt ook toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1.De procedure

1.1.
De heer [verzoeker] heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de WSNP.
1.2.
Het verzoek is behandeld op de zitting van 18 september 2024. Op de zitting zijn verschenen:
- de heer [verzoeker] ;
- mevrouw L. Mudde, beschermingsbewindvoerder;
- mevrouw [persoon A] , zus van de heer [verzoeker] .

2.De beoordeling van het verzoek

De toelating

2.1.
De heer [verzoeker] kan worden toegelaten tot de WSNP als hij zich in een problematische schuldensituatie bevindt en hij te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden. De rechtbank kijkt daarbij vooral naar de afgelopen drie jaar. Ook moet de verwachting bestaan dat de heer [verzoeker] aan de verplichtingen van de WSNP zal voldoen.
2.2.
De heer [verzoeker] voldoet aan alle eisen en wordt toegelaten tot de WSNP.
Goede-trouw-toets
2.3.
De heer [verzoeker] heeft een schuld aan de belastingdienst van in totaal
€ 37.556,-- en een schuld aan het CJIB van € 1.147,--. Deze schulden zijn naar hun aard niet te goeder trouw ontstaan, althans onbetaald gelaten en staan in beginsel aan toelating tot de schuldsaneringsregeling in de weg. Daarbij tekent de rechtbank aan dat de heer [verzoeker] wel de fiscale aangiften heeft gedaan en dat de schuld aan de belastingdienst is ontstaan in verband met een sterke stijging van het resultaat van de onderneming van de heer [verzoeker] in het jaar 2022.
Hardheidsclausule
2.4.
Ondanks het ontbreken van goede trouw, kan een verzoek wel worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de heer [verzoeker] de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van deze schulden onder controle heeft gekregen en een wending ten goede is ontstaan. De rechtbank is van oordeel dat van een dergelijke situatie sprake is. De heer [verzoeker] is verslaafd geweest aan cocaïne. De schuld aan de belastingdienst is met name ontstaan in 2022 en 2023, de periode dat de heer [verzoeker] een eigen onderneming exploiteerde. Ter zitting heeft de heer [verzoeker] meegedeeld dat hij in eerste instantie wel gelden had gereserveerd om de belastingaanslagen te kunnen voldoen, maar dat hij heeft deze gereserveerde gelden gebruikt om zijn cocaïneverslaving te bekostigen. De schuld aan het CJIB heeft betrekking op verkeersovertredingen.
2.5.
De heer [verzoeker] heeft zijn situatie ingrijpend veranderd. De onderneming van de heer [verzoeker] is met ingang van 3 november 2023 uitgeschreven uit het Handelsregister. De heer [verzoeker] heeft geen auto meer op zijn naam. De heer [verzoeker] is in Zuid-Afrika onder behandeling geweest voor zijn verslaving en krijgt hij ambulante hulp van Antes. Hij heeft zijn verslaving onder controle. Hij heeft zich met ingang van 21 augustus 2024 vrijwillig onder beschermingsbewind laten stellen. Daarnaast heeft de heer [verzoeker] gesolliciteerd en een fulltime dienstbetrekking gevonden. De heer [verzoeker] heeft ter zitting blijk gegeven van een serieuze en saneringsgezinde houding. Hierdoor is bij de rechtbank het vertrouwen ontstaan dat de heer [verzoeker] de verplichtingen uit de wettelijke schuldsaneringsregeling naar behoren zal nakomen.
Verplichtingen
2.6.
De verplichtingen waaraan de heer [verzoeker] tijdens de WSNP moet voldoen zijn: de informatieverplichting, de inspanningsverplichting, de verplichting geen nieuwe schulden te laten ontstaan, de verplichting om schuldeisers niet te benadelen en de afdrachtverplichting. Er wordt een bewindvoerder benoemd. Deze bewindvoerder controleert of de verplichtingen worden nagekomen. Er wordt ook een rechter-commissaris benoemd. De taak van de rechter-commissaris is om toezicht te houden op de bewindvoerder.
2.7.
Als de heer [verzoeker] zich tijdens het WSNP-traject houdt aan alle verplichtingen die de WSNP met zich brengt, eindigt het traject met de zogenoemde “schone lei”. Dit betekent dat schuldeisers hun vorderingen ten aanzien waarvan de WSNP werkt niet meer op de heer [verzoeker] kunnen verhalen.
2.8.
De eerste 13 maanden van het traject geldt een postblokkade. Dat betekent dat in die periode alle post naar de bewindvoerder gaat. De bewindvoerder stuurt de post na controle door aan de heer [verzoeker] . Als de schuldsaneringsregeling eerder eindigt, stopt ook de postblokkade.
Bevoegdheid
2.9.
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van de heer [verzoeker] in Nederland ligt.
De ingangsdatum
2.10.
Het WSNP-traject duurt in principe 18 maanden. De Faillissementswet bepaalt dat de termijn van de WSNP ingaat op de dag van dit vonnis.
2.11.
De heer [verzoeker] verzoekt de looptijd van de WSNP te verkorten met acht maanden. Dit wordt gezien als een verzoek om de ingangsdatum te bepalen op
30 januari 2024. Dat is dus acht maanden voorafgaand aan de datum van dit vonnis.
2.12.
Het verzoek om een eerdere ingangsdatum te bepalen wordt toegewezen als vanaf die eerdere datum de WSNP-verplichtingen (zie hiervoor onder 2.3.) zijn nagekomen. Een van die WSNP-verplichtingen is de afdrachtplicht, die onder meer inhoudt dat maandelijks het verschil tussen de netto inkomsten van een schuldenaar en het vrij te laten bedrag (hierna: vtlb) aan de boedel moet worden betaald. Het vtlb wordt berekend met de vtlb-calculator die via het internet beschikbaar is. Om voor een eerdere ingangsdatum in aanmerking te komen, moet dus aansluitend maandelijks sprake zijn van aflossingen die tenminste gelijk zijn aan het genoemde verschil tussen de netto inkomsten en het vtlb. Daarnaast moet er bij arbeidsgeschiktheid fulltime gewerkt worden of moet er aantoonbaar worden gesolliciteerd naar een fulltime baan.
2.13.
De rechtbank stelt vast dat het door de heer [verzoeker] in het voorafgaande schuldhulpverleningstraject gespaarde bedrag van € 2.377,58 meer is dan het bedrag dat in de WSNP zou worden gespaard over de duur van acht maanden. Daarnaast is in de periode van het schuldhulpverleningstraject aan de inspanningsverplichting voldaan en is het de heer [verzoeker] gelukt om een fulltime dienstbetrekking te verwerven.
2.14.
De rechtbank komt dus tot de conclusie dat het verzoek om een eerdere ingangsdatum moet worden toegewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- spreekt de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ;
[onderneming A]
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema
en tot bewindvoerder R. Springer,
gevestigd te Postbus 2888,
2601 CW Delft;
- stelt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling vast op 30 januari 2024 en de einddatum op 30 juli 2025;
- draagt de bewindvoerder op om de komende dertien maanden de post van de heer [verzoeker] in te zien;
- bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag nemen volgens het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Deze vergoeding is gelijk aan 1
/11e deel van de overeenkomstig artikel 2 van Pro dat Besluit te berekenen vergoeding. Dit kan alleen:
- zolang de schuldsaneringsregeling loopt en,
- voor zover de boedel toereikend is.
Dit is de beslissing van mr. M. Aukema, rechter, in samenwerking met C. van der Velde, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 september 2024.
De griffier is buiten staat dit
vonnis te ondertekenen