ECLI:NL:RBROT:2024:11581

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 augustus 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
11029237 CV EXPL 24-8916
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 lid 1 BWArt. 6:119a BWArt. 237 RvArt. 233 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering geldlening wegens niet-nakoming betalingsverplichtingen

Swishfund Nederland B.V. heeft een geldleningsovereenkomst gesloten met [gedaagde 1] c.s. Volgens Swishfund heeft [gedaagde 1] c.s. de betalingsverplichtingen niet nagekomen en vordert zij betaling van het resterende bedrag van €11.698,70. De kantonrechter stelt vast dat partijen het eens zijn over de hoogte van het openstaande bedrag, waarin reeds rente en incassokosten zijn verwerkt. De betalingen van €8.750,- die na dagvaarding zijn gedaan, zijn conform artikel 6:44 lid 1 BW Pro eerst in mindering gebracht op kosten, daarna rente en vervolgens op de hoofdsom.

De vordering van Swishfund wordt toegewezen en [gedaagde 1] c.s. wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag met wettelijke handelsrente vanaf 7 juni 2024 tot volledige betaling. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van Swishfund vastgesteld op €2.496,06 en aan [gedaagde 1] c.s. opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.

De procedure bestond uit de dagvaarding van 22 maart 2024, het antwoord en nadere stukken van partijen. De kantonrechter heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en het vonnis op 30 augustus 2024 gewezen.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde 1] c.s. tot betaling van €11.698,70 met rente en proceskosten aan Swishfund.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11029237 CV EXPL 24-8916
datum uitspraak: 30 augustus 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Swishfund Nederland B.V.,
vestigingsplaats: Naarden,
eiseres,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen

1.[gedaagde 1] ,

woonplaats: Rotterdam,
2. [gedaagde 2] ,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagden,
gemachtigde: [persoon A] .
Partijen worden hierna ‘Swishfund’ en ‘ [gedaagde 1] c.s.’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 22 maart 2024, met bijlagen;
  • het antwoord;
  • de akte van Swishfund, met een bijlage;
  • de akte van [gedaagde 1] c.s., met een bijlage.

2.De beoordeling

2.1.
[gedaagde 1] c.s. heeft met Swishfund een geldleningsovereenkomst gesloten. Volgens Swishfund heeft [gedaagde 1] c.s. zich niet aan de betalingsverplichtingen gehouden. Zij vordert daarom dat [gedaagde 1] c.s. wordt veroordeeld om een (restant)bedrag van € 11.698,70 te betalen.
De kantonrechter wijst deze vordering toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
2.2.
Hoewel partijen zich beroepen op verschillende berekeningen, wordt vastgesteld dat zij het eens zijn over de hoogte van het nog openstaande bedrag. In dit bedrag zijn de gevorderde rente en incassokosten al verrekend. De betalingen van [gedaagde 1] c.s. van totaal € 8.750,-, die na het uitbrengen van de dagvaarding zijn gedaan, zijn op grond van artikel 6:44 lid 1 BW Pro namelijk eerst in mindering gekomen van de kosten, vervolgens van de rente en daarna pas van de hoofdsom. Aan hoofdsom resteert dan € 11.698,70. [gedaagde 1] c.s. worden veroordeeld dit aan Swishfund te betalen. De rente daarover wordt ook toegewezen als gevorderd.
2.3.
[gedaagde 1] c.s. moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot deze kosten aan de kant van Swishfund op € 140,06 aan dagvaardingskosten, € 1.409,- aan griffierecht, € 812,- aan salaris voor de gemachtigde
(2 punten x € 406,-) en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.496,06. Hier kan nog een bedrag bijkomen als dit vonnis wordt betekend.
2.4.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Swishfund dat eist en [gedaagde 1] c.s. daar niet op heeft gereageerd (artikel 233 Rv Pro). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. om aan Swishfund te betalen € 11.698,70 met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 11.698,70 vanaf 7 juni 2024 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, die aan de kant van Swishfund worden vastgesteld op € 2.496,06;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
62914