Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de dagvaarding van 22 maart 2024, met bijlagen;
- het antwoord;
- de akte van Swishfund, met een bijlage;
- de akte van [gedaagde 1] c.s., met een bijlage.
Rechtbank Rotterdam
Swishfund Nederland B.V. heeft een geldleningsovereenkomst gesloten met [gedaagde 1] c.s. Volgens Swishfund heeft [gedaagde 1] c.s. de betalingsverplichtingen niet nagekomen en vordert zij betaling van het resterende bedrag van €11.698,70. De kantonrechter stelt vast dat partijen het eens zijn over de hoogte van het openstaande bedrag, waarin reeds rente en incassokosten zijn verwerkt. De betalingen van €8.750,- die na dagvaarding zijn gedaan, zijn conform artikel 6:44 lid 1 BW Pro eerst in mindering gebracht op kosten, daarna rente en vervolgens op de hoofdsom.
De vordering van Swishfund wordt toegewezen en [gedaagde 1] c.s. wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag met wettelijke handelsrente vanaf 7 juni 2024 tot volledige betaling. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van Swishfund vastgesteld op €2.496,06 en aan [gedaagde 1] c.s. opgelegd. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat onmiddellijke uitvoering mogelijk is, ook bij hoger beroep.
De procedure bestond uit de dagvaarding van 22 maart 2024, het antwoord en nadere stukken van partijen. De kantonrechter heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en het vonnis op 30 augustus 2024 gewezen.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt [gedaagde 1] c.s. tot betaling van €11.698,70 met rente en proceskosten aan Swishfund.