Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[handelsnaam],
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juni 2024, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen;
- de repliek, met bijlagen;
- de reactie van [gedaagde].
Rechtbank Rotterdam
Billink B.V. vordert betaling van een factuur van €94,45 plus bijkomende kosten van [gedaagde], omdat zij stelt dat Fleurop rozen heeft verkocht aan [gedaagde] en de vordering daarop is gecedeerd. [gedaagde] betwist de aankoop en stelt dat zij nooit een bestelling heeft geplaatst of de rozen heeft ontvangen. Ook is een onbekend e-mailadres gebruikt en zijn de rozen op een ander adres geleverd dan haar woon- of werkadres.
De rechtbank oordeelt dat Billink onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen. De bestelgegevens tonen alleen de bedrijfsnaam van [gedaagde], maar een afwijkende naam en e-mailadres. Het afleveradres komt niet overeen met het werkadres van [gedaagde]. Dat e-mails zijn gelezen en bevestigd, bewijst niet dat deze door [gedaagde] zijn geopend.
[gedaagde] heeft bovendien gesteld dat zij eerder slachtoffer was van identiteitsfraude door een derde, wiens adres overeenkomt met het afleveradres. Hoewel de factuur aan [gedaagde] is gestuurd, is dit geen bewijs van betalingsverplichting. De vordering wordt afgewezen en Billink wordt veroordeeld in de proceskosten van €50.
Uitkomst: De vordering van Billink wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van totstandkoming van de koopovereenkomst.