ECLI:NL:RBROT:2024:11582

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 oktober 2024
Publicatiedatum
20 november 2024
Zaaknummer
11203446 CV EXPL 24-17151
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 237 RvArt. 238 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van totstandkoming koopovereenkomst bij online bestelling

Billink B.V. vordert betaling van een factuur van €94,45 plus bijkomende kosten van [gedaagde], omdat zij stelt dat Fleurop rozen heeft verkocht aan [gedaagde] en de vordering daarop is gecedeerd. [gedaagde] betwist de aankoop en stelt dat zij nooit een bestelling heeft geplaatst of de rozen heeft ontvangen. Ook is een onbekend e-mailadres gebruikt en zijn de rozen op een ander adres geleverd dan haar woon- of werkadres.

De rechtbank oordeelt dat Billink onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen. De bestelgegevens tonen alleen de bedrijfsnaam van [gedaagde], maar een afwijkende naam en e-mailadres. Het afleveradres komt niet overeen met het werkadres van [gedaagde]. Dat e-mails zijn gelezen en bevestigd, bewijst niet dat deze door [gedaagde] zijn geopend.

[gedaagde] heeft bovendien gesteld dat zij eerder slachtoffer was van identiteitsfraude door een derde, wiens adres overeenkomt met het afleveradres. Hoewel de factuur aan [gedaagde] is gestuurd, is dit geen bewijs van betalingsverplichting. De vordering wordt afgewezen en Billink wordt veroordeeld in de proceskosten van €50.

Uitkomst: De vordering van Billink wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van totstandkoming van de koopovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 11203446 CV EXPL 24-17151
datum uitspraak: 25 oktober 2024
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Billink B.V.,
vestigingsplaats: Gouda,
eiseres,
gemachtigde: [naam],
tegen
[gedaagde]handelend onder de naam
[handelsnaam],
vestigingsplaats: [plaatsnaam],
gedaagde,
die zelf procedeert.
Partijen worden hierna ‘Billink’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 18 juni 2024, met bijlagen;
  • het antwoord, met bijlagen;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de reactie van [gedaagde].

2.De beoordeling

2.1.
Billink stelt dat [gedaagde] op de website van Fleurop rozen heeft besteld en daarbij heeft gekozen voor de optie om achteraf te betalen. Direct na het voltooien van de koopovereenkomst heeft Fleurop haar vordering op [gedaagde] door middel van cessie aan Billink overgedragen. In deze procedure vordert Billink betaling van de factuur van € 94,45 met bijkomende kosten, omdat [gedaagde] volgens haar niet heeft betaald. [gedaagde] betwist de aankoop.
2.2.
De kantonrechter wijst de vordering van Billink af, omdat Billink onvoldoende heeft onderbouwd dat er een koopovereenkomst met [gedaagde] tot stand is gekomen. [gedaagde] voert aan dat zij de bestelling nooit bij Fleurop heeft geplaatst en de rozen niet heeft ontvangen. Hiernaast zegt ze dat er een voor haar onbekend e-mailadres is gebruikt voor het plaatsen van de bestelling en de rozen op een ander adres zijn geleverd dan haar woon- of werkadres.
2.3.
Uit de bestelgegevens blijkt dat alleen de bedrijfsnaam van [gedaagde] is gebruikt. Verder staat er een andere naam en een afwijkend (e-mail)adres in. De stelling van Billink dat het afleveradres ([adres 1]) overeenkomt met het werkadres van [gedaagde] ([adres 2]) is onjuist. Verder heeft Billink onvoldoende gemotiveerd dat het e-mailadres dat gekoppeld wordt aan de bestelling, van [gedaagde] is. Dat de verstuurde e-mails gelezen zijn en Billink hiervan een bevestiging heeft ontvangen, kan haar niet baten. Dat betekent namelijk niet zonder meer dat het [gedaagde] is geweest die deze e-mails heeft gelezen en dat het haar e-mailadres is.
2.4.
[gedaagde] voert daarnaast aan dat zij al eerder slachtoffer is geweest van identiteitsfraude door een derde. Uit de door haar overgelegde stukken volgt dat het adres van die derde overeenkomt met het afleveradres. Dat de factuur aan [gedaagde] is gestuurd, wordt niet betwist. Zij heeft echter direct na ontvangst contact opgenomen en aangegeven dat zij de bestelling niet heeft geplaatst. Bovendien levert het enkel opsturen en ontvangen van een factuur geen betalingsverplichting op.
2.5.
Omdat de vordering wordt afgewezen, heeft Billink ook geen recht op vergoeding van incassokosten en rente.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van Billink, omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv Pro). De kantonrechter begroot de kosten die Billink aan [gedaagde] moet betalen op € 50,- aan onkosten (artikel 238 lid 1 Rv Pro).

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt Billink in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden vastgesteld op € 50,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken.
62914