ECLI:NL:RBROT:2024:11877
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht en niet tijdig indienen gronden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Justitie en Veiligheid van 9 juli 2024, waarbij een verzoek om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid is afgewezen. Het beroep werd aanvankelijk bij de Rechtbank Den Haag ingediend, maar later door de griffier doorgestuurd naar de Rechtbank Rotterdam. De rechtbank constateert dat eiser niet heeft onderbouwd waarom de Rechtbank Den Haag bevoegd zou zijn en heeft geen gronden van beroep ingediend.
Eiser heeft meerdere malen een grote hoeveelheid stukken ingediend, vaak onduidelijk en zonder concrete voorlopige voorzieningen te vragen, wat de griffie ertoe bracht geen aparte dossiers aan te leggen. De rechtbank kwalificeert het gedrag van eiser als kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, mede omdat het beroepschrift te laat is ingediend en de gronden ontbreken. Dit wordt ondersteund door eerdere uitspraken waarin soortgelijk gedrag werd vastgesteld.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar eiser wordt gewaarschuwd dat bij voortzetting van dit gedrag proceskostenveroordelingen kunnen volgen. Tevens wordt eiser verzocht te stoppen met het indienen van zinloze procedures.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht en het niet tijdig indienen van gronden.